De perfecte afwisseling
Gepubliceerd in Spiegel magazine 5, juni 2007
Na paar weken buffelen aan de rivier wordt het weer tijd om de accu te laden, ik ben afgemat en ben het gezeul met de volle bepakking zat. Ik trek er weer een paar dagen op uit met de pen, lekker simpel een kleine rugzak met wat voer m’n penhengel en schepnetje. Het watertje dat ik in gedachten heb ligt achter een zomerdijkje en als de rivier buiten haar oevers treedt wordt het watertje weer aangevuld met maagdelijke vissen. Hier geen gestuntel met ingewikkelde rigs en keen samengestelde ballen, gewoon wat blikjes zoete maïs en we kunnen vissen. Ik sta elke keer weer te kijken van de instant werking van deze kleine gouden korrels, hoe simpel kan het zijn hier geen kilo’s harde luchtgedroogde ballen.
Als de wekker gaat schuif ik uit m’n bed en zoek ik m’n tenue bij elkaar. Na een half uur zit ik in de auto en ik haal Martin op, zoals gewoonlijk staat hij al te popelen om erop uit te gaan met de pen. Als we het landweggetje afrijden zien we de zomerdijk al liggen, daarachter zoeken we ons goud. De dijk ligt er zoals verwacht verlaten bij rond deze tijd, zo nu en dan scheren er een paar verdwaalde ganzen voorbij. Op de dijk krijg ik het gevoel dat het vandaag wel eens kon gaan lukken, het bekende voorgevoel. Aangekomen bij het water wordt er amper gesproken en sluipen we langs de oever, het water staat bedroevend laag, bij de omgevallen boom staat nog geen meter water en dit betreft het diepste gedeelte van het water.
We kiezen beiden onze stekken en gaan onze weg, Martin zoekt zijn stek tegen de lelies op terwijl ik het struikje bevis. Ik strooi een paar handen zoete maïs en wacht geduldig af. Na een half uur is het al raak en Martin weet een leuke schub te strikken. Verder blijft het voorlopig rustig, en nadat de vis is teruggezet loop ik een paar stekken af om deze te voorzien van een paar handen korrels. We genieten nog wat na en als we over het water turen, passeert er een ijsvogel op nog geen meter afstand, dit is de natuur op haar best.
Als ik m’n boeltje bij elkaar pak om naar de volgende stek af te zakken blijft Martin achter in het bos. Met m’n polaroid tuur ik over het water op zoek naar leven en door het lage waterpeil duurt het niet lang voordat de eerste vis zich laat zien.
Een lange schub van een pondje of twintig glijdt voorbij, in de baan van de zwemroute strooi ik een handje korrels en wacht wat de vis zal doen. Heel even lijkt de vis geen interesse te tonen en passeert de korrels en met een flauwe bocht zakt de vis dan toch op mijn korrels en begint als een bezetene te schransen. Voorzichtig werp ik m’n pennetje over de azende vis en trek het geheel tot waar het vreetfestijn zich afspeelt. Er gaan een paar minuten voorbij en het pennetje zakt weg en de haak wordt gezet, het slootje staat op zijn kop stukken leliebladeren vliegen in het rond. Dit alles heeft al met al nog geen tien minuten geduurd, je hebt van die dagen. Het ene moment is het enorm afzien en zijn we aan het zwoegen voor elke vis en soms gaat het wat makkelijker. Aan het eind van de ochtend hebben we ieders twee karpers kunnen landen en met een voldaan gevoel gaan we richting huis.
Een paar dagen later zoek ik het wat dichter bij huis, en breng een bezoekje aan één van de stadswateren in mijn woonplaats. Hier is de situatie natuurlijk wat anders en kan zoete maïs voor massa’s witvis zorgen in deze periode, en ook gaan er wat tijgernoten mee als het op de zoete maïs niet wilt lukken. Om in ieder geval wat selectiever te vissen schuif ik nu niet drie maar zes korrels over de haakpunt.
De tijgernoten worden als alternatief ingezet als het maïs laat afweten. Vooral aan wateren waar de karper fanatiek belaagd wordt, hebben ze praktisch alle denkbare aassoorten wel voorgeschoteld gekregen en is de juiste aaskeuze cruciaal. En heb ik zonder twijfel de beste resultaten geboekt op dezelfde aasjes waarmee we achter de steunen zitten.
Als we kijken naar de boilies vis ik met de pen wel met de kleinere maten (14mm). Je kunt zo perfecte stekken aanleggen die snel opvallen, meerdere vissen zal bereiken en je voert verhoudingsgewijs minder als je dit zou aanpakken met een grotere diameter. En daarnaast heb je het voordeel dat de meeste vissers met grotere boilies te werk gaan, en het gegeven dat je afwijkt van het gros kan nog wel eens voor verrassingen zorgen.
Wordt er met tijgernoten gevist dan zoek ik de grootste nootjes er tussen uit, waarna deze even gekraakt worden en de stukjes op een fijne hairtje worden aangeboden. Ook weer een simpele afwijking die zeer doeltreffend kan zijn vooral op de wat lastige wateren. Dat kraken gaat gewoon met de tanden, de smaak heeft wel iets weg van tamme kastanjes dus als je wat te knabbelen wilt hebben aan de waterkant en al het slijm nemen we dan maar voor lief!!!
Aan de oever tref ik een lokale penvisser van de oude garde, er wordt een praatje gemaakt en de laatste vangsten worden besproken. Zo kan het ook, geen geheimzinnig gedraai gewoon twee rietpikkers met dezelfde passie. Hij is een tijdje uit de omloop geweest maar heeft het pennen weer fanatiek opgepakt, hij vist nog steeds met hetzelfde materiaal waarmee ik hem dik vijftien jaar geleden ook al mee zag. Een oude penhengel die wel een lakbehandeling kan gebruiken een penn molen en de klassieke balcombe net, prachtig vind ik dat. Hij laat zich niet lijden door de veranderingen binnen de hedendaagse karpervisserij, een penvisser in hart en nieren. Ik kan me de vrijdagavonden nog goed herinneren dat ik onderweg naar de kroeg altijd even bij hem paar sigaretten rookte als hij weer op zijn stekkie zat aan de Vispoort. Zijn silhouet tussen de rietkraag was een vast gegeven aan het water. Als we elkaars telefoonnummer hebben uitgewisseld spreken we wederom af er een keer samen op uit te trekken, iets wat we destijds ook al deden maar waar nooit van gekomen was.
Ik volg m’n weg langs de oever en beland bij de overhangende struik tegenover mijn ouderlijk huis. Het begint al schermer te worden en besef dat ik al twee uur aan het water ben maar nog geen pennetje heb laten zakken, ik zat weer eens lekker op de praatstoel. De rest van de avond zit ik bij de struik en weet ik een zeelt en een kapitale graskarper te vangen en ach, het is wel goed zo.
De balans wordt opgemaakt en heb naar een paar struintochten vijf vissen kunnen verschalken. Mooie schubs tot een pondje of 23, en ik kan er voorlopig weer tegenaan en de voorbereidingen worden getroffen voor het ploegen aan de rivier. De spullen worden bij elkaar gezocht en er gaat een belletje naar Ray, en zoals altijd heeft hij de ballen weer vers gedraaid wat een service.
Een werkweek is voorbij en ik kan weer uitrukken, als de hengels zijn uitgelegd passeert er een vrachtschip en de hengeltoppen buigen zachtjes door. Een vast ritueel volgt eerst een verse bak koffie en ik rol een shagje. Zal de rivier weer één van haar verassingen prijsgeven, de projectspiegels doen het goed en sommige zijn inmiddels uitgegroeid tot mooie twintigers.
Een paar dagen geleden had ik de penstok nog in de handen en struinde ik langs de rietkragen, en zo zitten we weer achter de steunen, de perfecte afwisseling. Voordat ik m’n stretcher op zoek krijg ik een berichtje van m’n vismaat, met de vraag wanneer we weer gaan. En achter de steunen worden al weer de volgende plannen gesmeed voor nieuwe struintochten.

