Categorieën

De Tweestrijd

De Tweestrijd

Gepubliceerd in Spiegel magazine 1, oktober 2006

Voorafgaand elk seizoen ben ik in de weer mijn doelstellingen op papier te zetten, niet zozeer gaan voor die ene targetvis, maar wat wordt de tactiek. Voor de meeste vissers is dit niet zo moeilijk en zal er gekozen worden voor de statische aanpak achter de steunen. In mijn geval is de keuze echter niet zo eenvoudig, zal het weer een seizoen statisch aan de rivier zijn ook een visserij die ik zeer intensief beleef of  zullen het voornamelijk penuren worden, de eeuwige tweestrijd.

Daarnaast hebben we ook nog rekening te houden met een andere factor, tijd.. ook niet onbelangrijk. Met alle drukte van vandaag de dag, een drukke baan, mijn vriendin en een dochter van 3 jaar is planning een must. Aangezien ik nogal een dromer ben past zo’n strakke planning eigenlijk niet echt binnen mijn visserij, en gedurende het seizoen wordt m’n plannetje hier en daar wat bijgesteld en probeer ik in te spelen op veranderingen.

Als ik naar de afgelopen seizoenen kijk zie ik dat het penvissen als een rode draad door mijn visserij loopt. Ik kan in de wintermaanden eindeloos wegdromen bij de gedachte mezelf wanend in de lente met al haar geuren en kleuren te struinen met een penstok langs het water. Niet dat ik in de wintermaanden niet vis in tegendeel zelfs, maar zijn dat praktisch altijd de late middaguurtjes op een van de wateren in mijn omgeving. En hier in het Oosten van het land hebben we water zat. Om jullie een impressie te geven, ik stap m’n voordeur uit en binnen 2 minuten sta ik, op de dijk aan de rivier de Geldersche IJssel, aan het Twente-kanaal en nog maar niet te beginnen over alle binnenwateren. Het is meerdere malen voor gekomen dat ik als een dwaas in mijn omgeving rondreed en niet besluiten kon welk water te bevissen. Maar heb eveneens talloze ochtenden beleefd dat ik op verschillende wateren een paar vissen verschalkte. En juist daar schuilt de grote kracht van het penvissen, je bent mobiel, het gebeurt onder je voeten. Met alleen een hengel een schepnet en een kleine vistas en je kunt gaan en staan waar je wilt, je hebt de wereld aan je voeten liggen. De stekken die normaal niet te bereiken zijn met het gesleep met tent, stretcher en foedraal liggen nu binnen handbereik en vaak zijn dat juist de stekken waar de vis al ligt te wachten, het vangen blijft natuurlijk een ander verhaal.

Vaak spot ik al bij aankomst activiteit op de stek, en daar komt het betere sluip en kruipwerk om de hoek kijken. Verscheidene keren is het voorgekomen dat er mensen passeren die dan enigszins vreemd opkijken als ze me langs het water zien kruipen, en ik geef ze geen ongelijk. Of dat er zelfs collega vissers aan het water komen, hun handeltje opzetten en niet eens opmerken dat er een vage snuiter tussen de struiken zit met z’n penhengel. Het geeft me in ieder geval het gevoel dat ik onderdeel ben van de natuur, een visserij in de puurste vorm.

Veel beginnende karpervissers starten hun loopbaan gelijk op de stretcher achter de steunen, en worden geconfronteerd met vastlood systemen, ingewikkelde onderlijnen, uitgebalanceerde boilie samenstellingen ect. En nog maar niet te spreken over de hoge kosten voor de aanschaf van alle materialen die er mee gemoeid zijn. Niet dat je mij niet achter een paar steunen ziet zitten, in tegendeel ook ik pas deze visserij toe als de situatie daarom vraagt en het kan een zeer effectieve visserij zijn. De lat wordt hiermee al gelijk erg hoog gelegd, terwijl het vandaag de dag nog wel degelijk mogelijk is om met alleen een hengeltje wat pennetjes en een blikje mais een aardige karper te vangen valt. En met een beetje doorzettingsvermogen zul je zien dat er ware schatten verborgen liggen onder de kant waarvan het pennetje de sleutel is.

Als ik naar mijn materiaal kijk binnen mijn penvisserij hecht ik veel waarde aan nostalgie en ben ik een vervend voorstander van glashengels. Ieder z’n meug maar die glashengels liggen me wel. Vooral kort onder de kant vind ik de zachte eigenschappen van cruciaal belang, de laatste losser die ik met de pen heb gehad kan ik me niet heugen. Ja, ze zijn wat aan de zware kant maar heb het nooit als een last beschouwd tijdens mijn struintochten zoals een te volle vistas.
Voor elke situatie heb ik eigenlijk wel wat staan, grofweg zijn dat voor mij 3 categorien,een light, medium en een heavy. De Richard Walker 1 en 2 van Hardy en een serie van Jan Schreiner zijn de hengels die mijn hengelkast vullen.
De wintermaanden en het vroege voorjaar gebruik ik geregeld een lichte penhengel en in combinatie met een licht lijntje kom je dan nog aardig weg en heb ik weinig problemen ondervonden met het landen van aardige vissen.
De rest van het seizoen gebruik ik een medium of heavy hengel, aangezien mijn eerste uitgangspunt aan een water visueel bepaald wordt voor wat betreft stekkeuze, kom ik bij de klassieke stekken uit. Ik zit dan ook vaak bij rietkragen, lelievelden, bruggen, omgevallen bomen, overhangende takken, en in deze omstandigheden moet je over een taaie hengel beschikken om vooral op die eerste meters te kunnen anticiperen.
In combinatie met een geschikte lijn en haak en je hebt een perfecte uitrusting om grote karper te bespelen.

Kijken we nu naar de molens die ik gebruik voor het penvissen, zweer ik bij de penn 450ss. Ik heb verschillende types gehad maar heb er eigenlijk nooit een band mee gekregen, zelfs de klassieke mitchell 300 tot aan de oude crack molens konden me niet bekoren. Vandaag de dag is het aanbod gigantisch, maar die hebben voor mij een te modern jasje en vind ik het geen gezicht zo’n blikvanger onder een klassieke glasstok, het oog wil ook wat!

Mijn pennetjes neem ik meestal niet te groot, 10cm is groot zat met een slanke bovenin geplaatste drijflichaam staat hij z’n mannetje. In het verleden ben ik geregeld in de weer geweest ze zelf te maken, maar de laatste jaren zijn er perfecte pennetjes op de markt verkrijgbaar. En inmiddels is mijn selectie pennetjes uitgegroeid dat ik de komende tien jaar vooruit kan, ik heb namelijk een zwak voor mooie pennetjes.
Ligt je te bevissen stek verder dan een hengellengte uit de kant, dan zou ik voor de statische aanpak kiezen.

De wateren die ik bevis worden zorgvuldig uitgekozen en varieren van prutsloten, stadsgrachten tot kanalen maar vooral de laatste jaren trek ik me steeds meer terug en zoek ik de rust op, en die rust vind ik op en langs de rivier. Ook de wetenschap dat die ene vis wel eens die droomvis kan zijn waar ik ook natte dromen van heb, en niet elke vis een naam heeft brengt me daar. En dat er goud valt te halen heeft ons het verleden wel bewezen. In mijn ogen is er niets mooiers om maagdelijke vissen te vangen, of wat dacht je van de projectspiegels die zeker de potentie hebben uit te groeien tot ware giganten, bedankt Aart!!

En wat ik daar zoal tegenkom zijn vaak supersterke slanke schubs met geregeld afgewisseld door prachtige project spiegels. En die beren kom je zo nu en dan ook tegen, maar die zijn schaarser dan de kamikaze schubs. Al met al waar genot op de penhengel, en het kan maar zo zijn dat je in een week verwend wordt met een leder en een rijen nee geen monsters maar wat zou het.
Wat verder ook nog een prettige bijkomstigheid is dat deze vissen amper tot nooit een haak hebben gezien en nog niet de klappen van de zweep kennen. Heb je eenmaal vissen gespot dan duurt het meestal niet zo lang dat je ze op het voer krijgt, een aanbeet volgt dan praktisch altijd binnen enkele minuten. Ook de natuur is hier op z’n best en elke keer sta ik weer versteld van alles wat ik tegen kom. Ik raak hier m’n leven niet uitgevist.

In een volgend artikel zal ik het technische gedeelte uitdiepen en de verschillende materialen belichten die ik nodig tracht binnen mijn penvisserij. Soms zijn de kleinste aanpassingen al genoeg om voor even succesvol te zijn, en je hebt momenten dat ook werkelijk niets werkt. In ieder geval heeft het penvissen voor mij een warme plaats binnen mijn karpervisserij het zorgt voor mijn balans in mijn vissersbestaan…

Laat een reactie achter