Ploeteren aan de IJssel
Gepubliceerd in Spiegel magazine 9, februari 2008
Het is een mistige ochtend als ik me uitrek op m’n stretcher, in de verte kondigt zich de zoveelste vrachtschip aan. Als het gevaarte m’n stek passeert zuigt ze een derde van de krib leeg, de toppen van m’n hengels buigen lichtjes door. Ik sleur mezelf van de stretcher en zet een vers bakkie, het was me een nachtje wel het begon rond een uurtje of 11. Eerst werd de stek bezocht door een school windes, en bij de 6 winde voelde ik de bui al hangen.

Op het moment dat ik de rigs voor een uurtje of wat op de kant wilde laten om de stek tot rust te laten komen en met de hoop dat de witvis zou vertrekken volgde er toch een serie van 3 karpers. Onaangekondigd melden ze zich netjes om het uur, daar sta je dan moederziel alleen midden in de nacht in de regen op een krib met je hengel krom tot in het handvat en ergens in de vaargeul hangt een beest aan de haak die met gemak vele meters lijn van m’n spoel snoept. De vissen geven zich hier niet zomaar gewonnen, voor elk vis wordt hard gevochten.
De rivier waar ik praktisch al mijn tijd besteed stroomt langs mijn woonplaats, de IJssel. Het stond voor mij eigenlijk al vast dat ik vroeg of laat aan de oevers van deze slagader uit het Oosten terecht zou komen, in mijn jonge jaren struinde ik er de oevers af op zoek naar snoekbaars en paling, de cirkel is rond . In mijn visserij is rust een belangrijk onderdeel en vandaag de dag bevis ik bepaalde stukken rivier waar geen sterveling komt, gewoon je ding doen het avontuur, het pionieren en de mystieke uitstraling heeft me gegrepen. De rivier die constant in beweging is geeft me een bepaalde rust als een hectische werkweek weer voorbij is. Elke keer als m’n pieper het uitkrijst is de kans aanwezig dat een maagdelijke rivierrakker zich tegoed heeft gedaan aan één van mijn vallen, alleen de gedachte al geeft een extra dimensie aan mijn visserij. Anderen hebben zich het targetvissen eigen gemaakt en krijgen een enorme kick als ze na lang investeren hun targetvis op de kant trekken aan een hard circuit water. Voor mij is die kick enigszins te vergelijken als ik toch tussen die ladingen witvis en de hard stromende rivier een maagdelijke karper weet te filteren. En met tijd en wijlen ben ik ook wel te vinden aan het binnenwater, maar die rivier blijft me achtervolgen.
Als we kijken naar de bezetting hebben we te maken met een redelijk bestand aan schubkarper met een zeer kleine categorie in de bovenklasse. Daarnaast zijn de spiegels dun bezaaid maar heeft het spiegelkarperproject van de KSN ervoor gezorgd dat de spiegels een behoorlijke boost hebben gekregen, en dat het ze goed afgaat is ze duidelijk af te zien. Al heb ik een grote voorliefde voor de lange massieve sterke schubs, maar het blijft uiteraard een zeer welkome verrassing als een mooie projectspiegel me voor even bezoekt.
Zo bevis je jaren de binnenwateren en vang je af en toe een spiegel en zo zit je aan de rivier en loop je de ene naar de andere spiegel tegen het lijf. De valkenswaard spiegels onderscheiden zich vanwege de prachtige schubbenpatronen en anderzijds zijn er de zwak beschubte Franse, Duitse en Hongaarse spiegels, van korte dikbuikige tot lange massieve vissen stuk voor stuk prachtige verschijningen. De dikke beren liggen er zeker niet voor het oprapen maar alles is mogelijk aan de rivier, en heb ik veel vertrouwen in de jonge projectspiegels en ben benieuwd wat de toekomst ons gaat brengen.

Met een stel taaie parabolische stokken met een testcurve van 2 ¾ tot 3lbs zul je het op deze rivier wel redden, lichter zou ik zeker niet gaan aangezien we zwaar lood gebruiken en met die stroming zitten. Wel eens een afgematte vis op een strekdam in een buitenbocht geland? De vis is afgemat en geeft zich gewonnen, hangt een tiental centimeters onder het wateroppervlak en door de stroming wordt de vis richting de oever geduwd, dan is het prettig dat je wat reserve in je stok hebt om het zaakje boven je net te trekken. De hengels die ik voor deze visserij gebruik zijn taaie zalmblanks van pak ‘m beet 2 ¾ lbs met een lengte van 3,90mtr en progressieve actie, het topdeel is lekker zacht waarmee de uitspattingen onder de kant perfect worden opgevangen, en het tweede deel komt zodra er stevig gedrild dient te worden. De lengte komt eveneens van pas aangezien het geregeld voorkomt dat een gehaakte vis kort langs de krib of strekdam scheert die bezaaid liggen met basalt blokken.
Tevens gebruik ik een grofmazige net, een fijnmazige net heeft veel meer vat op de stroming en kan voor veel problemen zorgen als je een vis wilt landen. Zodra m’n buit veilig in het net zit, schuif ik de vis gelijk in m’n weegzak de vinnen checken of ze netjes liggen en gaat het zaakje richting de onthaakmat. En zorg ervoor dat je een fatsoenlijke dikke mat gebruikt, de meeste oevers liggen meestal bezaaid met basaltblokken. Ik heb mijn mat dan ook altijd kort aan de oever liggen zodat je niet eerst met je buit over de gladde keien stuitert.
Verder gebruik ik een degelijke molen met een goede slip en een behoorlijke inhaalsnelheid om te kunnen anticiperen, de vis maakt immers goed gebruik van de stroming het ene moment sta je rustig een vis te drillen tussen een krib en een paar seconden later knallen ze tientallen meters stroomafwaarts de vaargeul in. Mijn spoelen heb ik gevuld met 35mm gevlochten lijn en eventueel een stevige nylon voorslag van rond de 0.50mm, met een lengte van een meter of 10 als er op of nabij een mosselbank wordt gevist. Niet dat je zo elke situatie de baas bent, sommige stekken zijn gewoon niet te bevissen en daar zul je gewoon rekening mee moeten houden, we willen toch een gehaakte vis landen. Dat je met het gebruik van een gevlochten lijn voorzichtig moet zijn weten de meeste onder ons wel, en als er dan nog een dikke voorslag wordt gebruikt dan dien je altijd een safety clip systeem te gebruiken.
Zou je met inline lood vissen en je krijgt lijnbreuk boven de voorslag valt het lood tegen de voorslagknoop, en wordt het voor de vis wel erg lastig zich van de haak, lijn en lood te ontdoen. De groene gevlochten lijn van Powerpro gebruik ik nu een jaar of 4 en bevalt uitstekend. Loopt je rig vast op aanwezige stenen en dergelijke zal je praktisch altijd je rig kapot trekken. Met een dikke nylon hoofdlijn zul je het ook redden en er zijn riviervissers onder ons die hier een voorkeur voor hebben, en een stevige harde nylon is uiteraard erg slijtvast en qua prijs ben je met een nylon lijn beter af dan met een gevlochten hoofdlijn. Voorwaarde is echter wel als je met een gevlochten hoofdlijn aan de gang wilt je het beste dit in combinatie met een zachte hengel doet die krom gaat tot in het handvat, en niet met zo’n strakke pook aan de haal gaat. Gevlochten lijnen zijn praktisch rekloos en dat kon nog wel eens tot nare gevolgen leiden mocht je dit in combinatie met een te stugge hengel doen. Kortom, of men nou gevlochten of nylon hoofdlijn gebruikt, voorwaarde is dat men hier met verstand mee omgaat.
De onderlijnen zijn simpel, degelijk en sterk. Gebruik in ieder geval een rig waar je vertrouwen in hebt, in mijn geval 25lb gevlochten onderlijn een simpele lign aliner van een zachte siliconen tube en that’s it. Afhankelijk van de te bevissen stek varieer ik wat met de lengte van mijn rig, mocht er toch overhands ingegooid te worden pak ik een combi-rig om anti tangle te voorkomen. De haken zijn dezelfde die je terugziet in de obstakelvisserij dus dik van draad en scherp. Wat modellen die ik gebruik zijn: Drennan Continental mt 6 en 8, PB anti-eject mt 8, Ashima 887 mt 6 en 8. Zit ik op een stek met veel stenen en dergelijke dan zou ik eerder voor de drennan continental gaan, omdat deze een gekromde punt heeft en daardoor minder snel bot wordt ten opzichte van de Ashima 887, deze heeft een lange rechte punt en zal eerder tegen wat stenen lopen. De maatjes 6 gebruik ik als ik met één 25mm of twee 25mm boilies op de hair vis, de maatjes 8 worden ingezet als er met 20mm boilies of particles wordt gevist. Zorg in ieder geval dat je voldoende reserve rigs voorhanden hebt aangezien één ding gepaard gaat met deze visserij en dat is groot verbruik van rigs. Niet alleen de aanwezigheid van stenen zijn hier debet aan, maar ook de hordes witvis werken hieraan mee. Daarnaast komt het geregeld voor dat een rig vast loopt door aanwezige stenen, mosselbanken of matten die ervoor moeten zorgen dat een krib op strekdam in gareel blijft. Tevens wil ik zodra er karper gevangen wordt, als de donders er voor zorgen dat m’n hengel weer op scherp staat aangezien het geregeld voor komt ze niet alleen azen en de kans op meerdere aanbeten aanwezig is.
De stekken die ik bevis vragen om loodgewichten tussen de 140gr en 250gr, in mijn omgeving is de rivier op bepaalde stukken een regelrechte trechter te noemen. Tussen de kribben red ik het tot op de stroomnaad in de meeste gevallen wel 140gr tot 170gr, zoek ik m’n heil richting vaargeul dan komen de zwaardere loodstukken er aan te pas. Het is wat dat betreft gewoon verschillende gewichten proberen, gedraagt bijvoorbeeld een kogellood van 150gr zich hetzelfde in de stroming ten opzichte van zwaarder lood dan zou ik niet zwaarder gaan vissen. De loodsoorten die ik gebruik stem ik af op de stekken die bevist worden, inline lood laat ik voor dit werk thuis en ga tewerk met wartellood. Zoek ik de rand van de vaargeul op dan gebruik ik hier de populaire grippa lood en de normale platte loodjes, ga ik verder de vaargeul in dan stap ik over op kogellood als er niet teveel rotzooi op de bodem lig. Is de bodemstructuur wat grimmiger kun je ook lood gebruiken die de eigenschap heeft om snel naar de oppervlakte te stijgen zodra deze wordt binnen gedraaid.
De stroming is een onderdeel die constant aanwezig is, al kun je heil gaan zoeken in de talloze zijarmen en havens waar van stroming amper sprake is. Zit je tussen een krib of op een strekdam te vissen dan zijn er een aantal voorzorgsmaatregelen die je kunt treffen om zo enigszins de stroming de baas te zijn maar helemaal voorkomen. In dat geval moeten die hengeltoppen omhoog zo heeft de stroming minder vat op je hoofdlijn, tevens loop je zo minder risico dat je lijn langs de basaltblokken of mossels loopt. En niets is vervelender wanneer je een aanbeet krijgt je alvorens bij je hengels bent en niets rest dan een zweepje. Door de stroming en het ruwe karakter van de rivier, is het uit den boze hier je buit te zakken. Heb je in je nabijheid een aangrenzende sloot, of slenk dan kun je ze daar wel tijdelijk veilig zakken mits er voldoende water staat tenminste. Heb ik deze mogelijkheid niet dan monteer ik mijn camera op een statief en gebruik ik een afstandsbediening, en kun je zelfs in het donker redelijke foto’s maken.
Naast de stroming hebben we ook constant te maken met de scheepvaart en een schommelende waterpeil, een keer of wat per jaar treed de rivier buiten haar oevers en trekt de karper mee op de ondergelopen uiterwaarden. De vaargeul is dan op de meeste stekken niet bereikbaar en kan je eventueel je heil zoeken op de uiterwaarden. Het blijft me verbazen hoe snel de vis de ondergelopen uiterwaarden op trekt, zo snel dat ze er massaal liggen zo zijn ze ook weer vertrokken als de waterpeil weer zakt. De uiterwaarden bevissen is wat dat betreft weer een visserij apart, je hebt hier wel een geringe stroming maar de hoge waterstand brengt veel drijfvuil met zich mee en kan een sessie volledig verzieken. Vooraf je huiswerk doen door middel van foto’s te maken van stukken uiterwaarden voordat ze zijn onder gelopen helpt je in ieder geval obstakels te lokaliseren. De vis lokaliseren is op de uiterwaarden wel wat makkelijker aangezien er geen meters water staat en de karper zich makkelijker laat zien, maar dat wil nog niet zeggen dat ze zich makkelijker laten vangen. De karper ligt op de ondergelopen uiterwaarden massaal op natuurlijk voedsel, en wordt het wel wat lastiger de vis op je voer te krijgen, alleen een velgekleurde single aanbieden kan soms wel voor een verassing zorgen. Een andere optie is de ondergelopen uiterwaarden af te struinen in een waadpak en ze op te zoeken met de pen.
Voor de riviervisserij gebruik ik voornamelijk keiharde luchtgedroogde zoete 20 en 25mm boilies. Ondanks ik altijd voorvoer acht ik de kans vrij groot dat er geregeld trekkende vissen zullen zijn die mijn stek opmerken, dus vissen die de stekken ondanks het voorvoeren niet hebben bezocht. Met dit gegeven vind ik het dan ook belangrijk dat mijn ballen een aardige instant werking te hebben. Vanwege het voervoeren voor mij geen ready mades, zelf draaien is voor mij ook geen optie aangezien ik mijn tijd efficiënt wil benutten we hebben immers niet alle tijd. Sinds een jaar of 10 ken ik Ray en laat ik mijn ballen door hem draaien, en eenmaal gezien met wat voor gemak en snelheid hij ballen draait, behoort zelf knoeien in de schuur tot de verleden tijd. Met Ray zelf riviervisser pur sang deel ik mijn hoogte en diepte punten, en kunnen we uren bomen over eventuele verbeteringen binnen onze visserij. Verder over aas samenstellingen ga ik hier niet uitweiden, die bijdrage staat niet op mijn conto. Ik kan louter afgaan op mijn ervaringen die ik met bepaalde type boilies heb en door de jaren heen heb ik mijn beste resultaten geboekt met zoete ballen op basis van koolhydraten, tevens heb ik ten opzichte van eiwitrijke vismeel ballen minder last van witvis. Het blijft toch lastig om de witvis in z’n geheel te omzeilen, metname de windes en kopvoorns kunnen je tot waanzin leiden en is het soms beter om voor even een break in te lassen, en de hengels voor even op het droge te houden.
In het voorjaar wil ik nog wel eens met particles aan de haal gaan, denk dan aan mais en tijgernoten en zijn zeker goede resultaten te behalen. Zodra we wat verder in het seizoen zijn stap ik over het algemeen over op alleen boilies, dit ook weer vanwege het proberen te omzeilen van de witvis. Als ik dan zou moeten kiezen, dan altijd voorvoeren. Ik merk toch echt wel het verschil tussen een vooraf aangevoerde stek en een stek die instant wordt bevist, ondanks het feit dat migratie onder de rivierkarper een vast gegeven is. Het komt regelmatig voor dat een vis m’n mat onder schijt met boiliedrap, en met de wetenschap dat het wel even duurt voordat mijn boilies door het darmkanaal van onze karper zijn verwerkt, weet ik in ieder geval dat mijn stek na de laatste voerbeurt is bezocht. Nu ik dit zo schrijf moet ik wel bekennen dat het hier om stekken gaat die ik door de jaren heen heb leren kennen, en waar ik dus vis verwacht. Instant vissen heeft me aan de rivier nooit kunnen bekoren, kanttekening daarbij is wel dat ik praktisch altijd 1 nachtje vis. Maar als de rivier buiten haar oevers treed wil ik nog er nog wel eens instant op duiken, maar dat heeft meer te maken dat ik gewoonweg betere resultaten heb geboekt op die delen die net onder water staan. Dat voorvoeren verschilt nogal per jaargetij, het voorjaar en najaar wordt er praktisch elke dag gevoerd de stekken , metname het voorjaar wordt de hoeveelheid voorzichtig opgebouwd ik begin met 1 ½ a 2kg tot een kg of 4. In het najaar schroef ik uiteindelijk de hoeveelheden langzaam terug van 4kg naar 1 kg. De warmere maanden ligt het wat anders, in deze periode worden er meerdere stekken naar een korte voerbeurt van 3 dagen kort afgevist, en zo blijf ik pendelen tussen deze stekken totdat het vis oplevert. Ik ben toch van mening dat in de warmere maanden de vis zich meer verspreid over de rivier, en zou ik niet op één paard wedden.
Tussen de kribben bevoer ik de krib kort onder de kant en zorgt de scheepvaart er voor dat het voer over de gehele krib wordt verspreid. Bevoer je alleen de kop van de krib, ik heb het hier dan over de in- en uitstroom, zal het voer meer richting de stroomnaad en vaargeul worden verspreid. Op zich is dat geen ramp aangezien bij kribben doorgaans de in- en uitstroom de beste stekken zijn, maar ben je toch van plan het dicht onder je eigen kant te zoeken tussen een krib dient daar ook voer te liggen. Op de strekdam en in de vaargeul wordt er vol in de stroming gevist, en voer ik tot een 50 tot 100 meter stroomopwaarts om er voor te zorgen dat de stek van voer wordt voorzien. Ben ik aan het vissen en de scheepvaart is in volle gang dan blijf ik constant kleine hoeveelheden voer brengen, dit om eventuele aanwezige vissen te prikkelen en ben ik er wat geruster op als er wat voer nabij mijn haakaas ligt.
In mijn regio zoek ik mijn stekken langs de kribben, de strekdam en uiteraard zijn de onderbrekingen van de eindeloze monotone stukken altijd interessant. Denk hierbij aan de sloten die in de rivier uitmonden, de talloze havens, palen voor het aanmeren van schepen. Tussen twee kribben, de beide koppen van de kribben zijn plekken waar je praktisch altijd diepere plekken zult aantreffen, dit vanwege het uitslijten door de stroming. Dit zijn veelal de plekken waar wat te halen valt, jammer genoeg niet alleen karper. Je kunt dan met je rodpod in het midden van de krib langs de oever gaan zitten maar weet wel dat het geregeld voor komt dat een gehaakte vis stroomafwaarts de vaargeul in dendert, en eer je op de punt van de krib staat heeft de vis al vele meters lijn gepakt en is de kans op verspelen groot, ik zit daarom altijd op de tweede krib stroomafwaarts.
Op de strekdam,we hebben het hier over de rechte oeverzijde waar geen kribben staan, zijn eveneens stekken te vinden en met wat secuur peilwerk is er altijd wel ergens een afwijking te traceren. Op praktisch al deze stekken vis ik dicht onder de eigen kant, denk hierbij aan 2 tot 3 hengellengtes uit de oever. Waar de grote basaltblokken overgaan naar kleinere stenen zijn dan vaak de stekken die ik bevis, ook hier scharrelt de karper z’n kostje bij elkaar van driehoeksmosseltjes tot vlokreeftjes, het stikt er van. De dieptes verschillen echter wel per stek, zo zit je tussen twee kribben net achter de basaltblokken op amper een meter water. En zo zit je op de strekdam op een 3 tal meters uit de kant al gauw op een meter of 3 en bevis je de kop van een krib dan zijn dieptes van 5 meter of meer zeker geen uitzondering.
Ik begin meestal in het vroege voorjaar en ga door tot het late najaar, al zijn we afhankelijk van de wisselende waterpeil. Kijken we naar de laatste jaren dan spreken we niet over echte winters en zal het rivierwater wat sneller op temperatuur komt, debet is wel het smeltwater waarmee het rivierwater wordt vermengd waar we in het voorjaar mee te maken hebben.
Begin april ligt het watertemperatuur rond de 10 graden en zal je over het algemeen een toenemende activiteit gaan waarnemen, en begint de rivier al behoorlijk te leven. Riviervissen is een visserij die je zeker moet liggen, vele uren draaien voor de vis, kilo’s witvis, veel voer verstouwen en blijven zoeken. Niet blijven hangen op een stek, bepaalde stekken lopen voornamelijk in het voor- of najaar. Zo heb ik een aantal stekken die ik in dezelfde periode bevoer, en ook al ben ik niet aan het vissen kost me dat al gauw 1,5 uur om beide stekken te bevoeren ze liggen immers een kleine 10 kilometer uit elkaar. Naast de afstand tussen de stekken is de bereikbaarheid van de meeste stekken ook tijdvergend, en zijn bepaalde stekken alleen bereikbaar met de boot, en voor andere stekken moet er eerst een pittige wandeling worden gemaakt. Nee, dit is geen visserij voor jongens die hun auto bij de tent willen of te beroerd zijn bepakt en bezakt een paar weilanden door te banjeren. En zit je op een krib verwacht dan niet je tentje mooi strak op te kunnen zetten, het zorgt er in ieder geval voor dat een bepaalde categorie vissers afvalt. Het aantal riviervissers in mijn omgeving kun je op één hand tellen, bang hoef je dus niet te zijn dat er toevallig een concurrent op je stek zit en trouwens plek zat op de IJssel.
Het is begin juni als ik laat in de middag arriveer op m’n stek, zoals gewoonlijk is Moos m’n trouwe viervoeter al vooruit gerend zodra hij een eerste glimp van de rivier zag. Rond een uurtje of 6 liggen de hengels gereed, met 1 hengel wordt de rand van de vaargeul opgezocht de andere gaat op richel voor de ingang van een sloot. Tijdens deze periode zijn dit soort stekken altijd interessant aangezien we rond de paaitijd zitten. Sloten die in de IJssel uit komen zijn dan ware trekpleisters voor ze, de één wordt wat frequenter bezocht dan de andere slootjes. Door gewoonweg te vissen zul je er uiteindelijk achter komen welke stek de voorkeur geniet. Zo rond de schemer wordt niet alleen de roofvis al wat actiever en de eerste vis laat zich al, met een doffe dreun klapt een schubje iets voorbij de ingang van de sloot. Tegen 8uur krijg ik een aanbeet en trap ik af met een plaatje van een spiegel, als ik de vis weer heb teruggezet volgt er wederom een aanbeet en de volgende vis wordt naar een stevig robbertje drillen op de mat gehesen. Tegen middennacht kom ik uit op 6 aanbeten, en ik moet de nacht nog in, het kan verkeren. Geen beren maar wat zal het, elk gevangen vis aan de IJssel is er één. De nacht verloopt verder rustig, maar deze sessie was al geslaagd voordat ik m’n slaapzak opzocht. Zo zit je te zweten voor een enkele aanbeet en zo nu en dan loopt het als een trein, laat mij maar ploeteren aan mijn rivier…

