Categorieën

Een brug te ver

Een brug te ver

Gepubliceerd in Spiegel magazine 8, december 2007

Op het moment dat ik weer achter m’n laptop kruip is de maand oktober al aangebroken en tracht ik wederom een bijdrage te leveren aan Spiegel nummer 8. Om het seizoen toch nog een bepaalde swing mee te geven ben ik al voorzichtig aan een najaarsoffensief begonnen. Vooral rond deze periode krijgen bruggen, dukdalven en overhangende struiken wat meer aandacht, het zijn de stekken waar de vis zich in alle rust kan terug trekken.

 

Het zijn van die stekken waar diepte enigszins te verwaarlozen is en ik niet terug deins als er amper zeventig centimeter water staat. Het blijft toch altijd een aangename verrassing als je tijdens een koude ochtend een knappe schub onder een donker bruggetje vandaan weet te peuteren. Een gegeven die veelal gepaard gaat met deze stekken is dat ze obstakelrijk zijn. Een licht penstok zou ik zeker thuis laten, in dit geval zou ik m’n heil in een taaie penstok van de 2 ponds klasse penstok zoeken. Mocht het erop aan komen dan ben je tenminste in staat wat in te brengen als er een woeste vis op een brugdrager afstormt. Niet dat een zwaardere penstok je tijdens benauwde situaties altijd helpt, dat absoluut niet. Het zal eerder aan de niet alerte visser liggen als een vis wordt verspeeld.

De afgelopen periode heb ik voor mijn doen weinig uurtjes met de pen gemaakt, die verdraaide rivier slokt praktisch al mijn visuurtjes op maar daar over meer in editie 9. Ik verwacht dan ook dat ze niet met bosjes m’n pennetje laten zakken, het vertrouwen in een stek moet eerst weer groeien en dat krijg je door er onder andere te zijn. Het water observeren, de vis lokaliseren zijn voor mij belangrijke onderdelen die me dichter bij succes brengen.

Door stomweg een paar dagen snel wat voer te dumpen en denken dat je de komende periode gebakken zit, komt nog bedrogen uit. Ja, als je kiest voor een overbezette stadsgracht kom je hier wellicht nog mee weg maar een absolute vangstgarantie heb je zeker niet. Als het op een goed lopende najaar(winter)stek aankomt dient er geïnvesteerd teworden voordat we gaan vangen.

Een ochtendje is ingepland om een tweetal stekken af te lopen, kijken of er al wat te halen valt er is immers al een tijdje gevoerd. Deze ochtend worden de stekken afgetast om het gevoel weer te krijgen, beurtelings komen de stekken aan bod. Het water hebben ze afgelopen najaar gebaggerd en heeft ervoor gezorgd dat sommige stekken volledig zijn geruïneerd, waar voorheen een perfect geultje liep, een richel zat of een mooi lelieveld stond betreft het nu monotoon geheel. De stek waar elk najaar wel wat te beleven viel valt nu geen schub te bekennen en we zijn weer terug bij af.

Onder de brug hebben ze tot mijn vreugde niet gebaggerd en weet ik het richeltje snel te vinden, hier moet het dan gaan gebeuren. De richel die ik toevallig ontdekte tijdens het roofvissen een paar winters terug. De ochtend verloopt rustig en op een tweetal brasems na blijft het verder stil, en een paar keer niet gevangen wil niet zeggen dat het per definitie een slechte stek is. Voorlopig laat ik het voer z’n werk doen en geef ik de stekken de tijd, sommige stekken komen gewoon wat trager op gang.  Tussen de voerbeurten door worden de stekjes op verschillende delen van de dag kort afgevist, om zo de aastijden te achterhalen. Je bent als penvisser erg mobiel en hebt hiermee een grote troef in handen, ik heb dan ook altijd een penstok in de auto liggen als ik ga voeren. Mocht ik karperactiviteit aantreffen dan laat ik toch even het pennetje zakken, iets wat je de meeste statische vissers niet zult zien doen als er tijdens een doordeweekse voerbeurt activiteit op de stek aanwezig is.

De aanbeten die ik in de koudere periodes krijg zijn vaak korte weglopers of soms een paar kleine tikjes. In het begin dacht ik met name dat die kleine tikjes op m’n pennetje witvis was, totdat ik na de zoveelste tik op de pen maar toch eens sloeg en prompt was ik in gevecht met een aardige schub. De vis wordt door het dalen van de watertemperatuur wat trager waardoor het azen enigszins wordt beïnvloed. Het vergt wat concentratie om op die kleine tikjes op je pen te reageren, ik plaats in ieder geval het laatste loodje kort bij de haak zodat je scherper kunt vissen. Zorg er voor dat het laatste loodje de bodem net niet raakt en het pennetje net niet zinkt. Dit wordt ook wel de half liggende haak genoemd, de pen reageert direct als er door een scharrelaar met je haakaas wordt gerotzooid. Voor het uitloden van de pen gebruik ik een kogelloodje die ik over haak de schuif, waarmee simpel de diepte wordt bepaald.

Zoals zo vaak zijn de details die het verschil maken, niet tegen de brug maar eronder met je haakaas, vis niet midden op je voerplek maar zoek het meer langs de randen zo voorkom je lijnzwemmers. Benader je stek voorzichtig en probeer gefocust te blijven, en vroeg of laat loop je die dikke big tegen het lijf.

Laat een reactie achter