Categorieën

Sluipwerk

 

Sluipwerk…

Gepubliceerd in Spiegel magazine 7, oktober 2007

Een nieuwe dag is aangebroken als ik mijn auto de weg op draai, mijn gedachten gaan al naar de klussen die me vandaag op kantoor liggen te wachten. Net voordat ik de Nieuwe IJsselbrug op ga, passeer ik een bekend gezicht het is een visser reeds op leeftijd maar gedreven als een jonge hond. Hij is een visser in hart en nieren eentje van de oude stempel, een visser uit de aardappeltijd. In die tijd was de aaskeuze niet zo uitgebreid als vandaag de dag en was de keuze snel gemaakt, wordt het een zacht piepertje of wat zachte gele korrels. Zelfs na al die jaren en de komst van vele aassoorten en de daar bij horende moderne technieken is zijn visserij niet veranderd.

Hij is de eenvoud zelf, met een hengel en een klein rugzakje zoekt hij zijn weg door deze hectische wereld. Een landingsnet gebruikt hij niet, elke vis wordt in het water onthaakt en komt niet op de kant. Voor mij de ultieme visser die niets heeft met egostrelers. Met handen en voeten praatte hij honderd uit over de gouden tijd aan het Twentekanaal met uiteraard een kruimelige aardappel aan de haak. Praktisch elke bezoekje aan het kanaal werd beloond, na een dag of 2 voeren kropen ze gewoon op de kant. Die tijden zijn echt wel voorbij, althans ik heb die wilde dagen sporadisch meegemaakt aan het kanaal. In die tijd volstond 2 pondjes macaroni aangevuld met wat aardappels, de keren dat ik met macaroni aan de haal ben geweest droop ik af met de staart tussen de benen, met kilo’s brasems als resultaat.

Op het gebied van aas is eigenlijk alles wel geschreven en iets vernieuwend kan ik hieraan niet toevoegen. Met de meeste aasjes valt wel te vangen mits je ze juist inzet en ze vers zijn. Vooral binnen mijn boilievisserij hecht ik grote waarde aan verse ingrediënten en aangezien ik altijd op voorgevoerde stekken vis en groot verbruiker ben wil ik liever geen conserveringsmiddelen in mijn ballen hebben.

pv_dsc_0506

In mijn voorgaande artikelen heb ik al wat aassoorten laten passeren die ik voor het penwerk gebruik, en het onderwerp aas blijft altijd een belangrijk onderdeel binnen de hele kapervisserij, we zijn altijd op zoek naar het perfecte aas. Het perfecte aasje voor de pen heb ik nog steeds niet gevonden, tot op de dag van vandaag gebruik ik een diversiteit aan aassoorten. Als ik in de toekomst het verder met één aassoort zou moeten doen met de pen zou ik niet weten welk aasje dit zou moeten zijn, er zijn namelijk bepaalde factoren (zie spiegel nr2) die vooraf bepaald moeten zijn voor ik een aasje ga inzetten. Momenteel ben ik met wat granen in de weer waar ik dan enkele zachte honden/katten brok op vis, een zeer doeltreffende combinatie die voor leuke verrassingen kan zorgen. Je kunt dan gewoon wat granen dumpen, maar ik ga hier wat anders te werk en gebruik hiervoor mijn voerschep die ik op een lange schepnetsteel heb gemonteerd. En aangezien er toch onder de kant gevist wordt kun je afhankelijk van de lengte van de steel de stek gegroepeerd aanvoeren. Je krijgt hierdoor een stek die totaal afwijkt van het gros je hebt immers geen tapijt met voer maar kleine compacte plekjes. Kijk maar naar de meeste vissers die je aan de waterkant tegen komt, de spullen worden uitgeladen en de hengels worden in stelling gebracht er worden wat ballen gedropt en that’s it. De meeste vissen krijgen dag in dag uit op deze manier wat voer voorgeschoteld, en benaderen deze stekken dan ook argwanend. Door deze simpele maar toch doeltreffende manier van voeren met de voerschep creëer je een situatie die de vissen niet kennen en ben je weer een stap dichter bij een dikke beer in het net.

Tevens kun je heel secuur bijvoeren, binnen de witvisserij wordt deze methode van bijvoeren al jaren gebruikt als ze in de koudere maanden met de vaste stok hier in de havens succesvol op voorn vissen. Maar vooral op de harde wateren kun je hiermee leuke resultaten behalen, de vissen hebben hier alles voorgeschoteld gekregen en kennen de bekende klappen van de zweep.

Maar met wat aanpassingen ben je toch in staat zaken te forceren, en het zijn juist vaak de kleine dingen die doorslaggevend zijn. De zojuist beschreven voermethode met de voerschep is een aardig voorbeeld, praktisch iedereen heeft er één liggen en gebruiken de schep allemaal voor het zware (particle) voerwerk. En deze (afwijkende)methode is echt niet alleen te gebruiken voor het penwerk, probeer het maar eens als je een nachtje achter de steunen kruipt. Zelfs met de meest kapot geviste aassoorten kun je zo nog succesvol zijn. Ik ben er ook van overtuigd als je in een periode zit van magere resultaten je niet gelijk moet gaan switchen van aas maar eerst over je voerstrategie moet gaan beraden voordat je je heil in een ander aas gaat zoeken. Maar als we terug gaan naar de klassieke aassoorten is het zelfs vandaag de dag nog mogelijk er een mee visje te vangen, voor mij blijft zoete maïs bijvoorbeeld mijn favoriete winteraas.

Het is zaterdagochtend als ik aan het watertje arriveer, het is amper 1 hectare waar het diepste stuk amper een meter haalt. Overhangende struiken, rietkragen, lelievelden alle facetten zijn aanwezig. Een betonnen buis zorgt voor aanvoer van vers beekwater, en bied de vis de mogelijkheid de prutsloot op en af te trekken. De constante bezetting telt 6 vissen en met tijd en wijlen wordt het watertje bezocht door een verdwaalde graskarper. Een meter of 5 van de oever wordt mijn hengel opgetuigd en het net in elkaar gezet. De stekjes worden vooraf nog even met de voerschep van wat granen voorzien, terug gekomen bij mijn spullen pak ik eerst paar stevige boterhammen en een kopje koffie. Maar na een half uurtje schuif ik dan toch naar m’n stek, er staat amper zeventig centimeter en blijf dan ook een paar meters van de oever. Grote modderwolken komen van de stek af, er ligt wat te bunkeren maar kan door het verkleurde water kan ik niet achterhalen wat het is. Op mijn knieën sluip ik wat naar voren en zie dan de oranje staart van een schub, dat beest gaat compleet los op de hennep met tarwe. Snel een blik vlees open trekken en op de haak schuiven, deze sponzige balletjes zijn elastisch van structuur en blijven perfect op de haak zitten. Met die zachte kattenbrokjes is het nog wel eens een probleem dat ze gauw van de haak vallen als er wat witvis op de stek actief is. Als ik het handeltje laten zakken kan het wachten beginnen, dit kan niet lang duren immers de schub ligt er nog steeds te vreten. Na een minuut of wat schuift de vis van de stek en wordt er voorzichtig wat bijgevoerd met de voerschep. Niet veel later schuiven de lelies opzij en glijdt de schub weer op de stek, het pennetje trilt en zakt traag onder het wateroppervlak en dan gaat alles in een rap tempo. De hengel sprint in een curve en de molenslip krijst het uit, aan de andere kant ploegt een schub met grof geweld door de lelies. Veel ruimte heb ik hier niet vanwege de overhangende struiken en probeer de hengel hoog te houden om enigszins de plompen de baas te zijn en dan een slappe lijn shit ik draai het zweepje binnen. Het handeltje heeft het wel gehouden maar de haak heeft wel een kromme punt. De rest van de ochtend blijft het rustig, waarschijnlijk heeft alle tumult van die geloste vis de boel teveel verstoord. Dat is wel een nadeel als je op een kleine ondiepe put vist, als je een vis hebt verschalkt of in mijn geval heb verspeeld het wat tijd kost om weer wat actie te krijgen. Het is dan ook raadzaam de stekjes zeer verspreid aan te leggen. In ieder geval lenen deze putjes zich perfect om de voerschep tactiek gebruiken.

Tijdens mijn struintochten langs de oevers probeer ik er voor te zorgen zo min mogelijk op te vallen en stilletjes te werk te gaan. Je zult versteld staan hoe dicht je karper kunt benaderen, talloze keren heb ik karper tot op nog geen meter kunnen benaderen. Nee, mij zul je niet in een rood shirt langs de waterkant zien voor mij dan toch wel de traditionele groene tinten. Zo zat ik eens tijdens een regenachtige ochtend op een stek met een camou poncho aan tussen wat lage struiken en wat riet. Zit ik amper en wel naar mijn pennetje te loeren komt er een visser aanzetten die zijn zinnen op dezelfde stek had gezet en deze vanaf de ander oever te bevissen, we praten hier over een goede 15 meter. Er gaat een kwartier voorbij en hij is druk in de weer met zijn uitrusting. Hij kijkt wat over het water en beoordeeld de stek waar ik amper 2 meter vandaan zit. Ik aanschouw dit alles en vlak voordat hij zijn hengel te water wil laten gaan maak me toch maar kenbaar. Ik had je helemaal niet gezien joh, ja dat dacht ik al…..

Laat een reactie achter