Magische wateren…
Gepubliceerd in Spiegel magazine 6, augustus 2007
De meeste vissers onder ons kennen het gevoel wel als een bepaald water je maar niet kan loslaten, het achtervolgt je. Voor de één gaat het om een bepaalde topper die op het water huist en voor de ander gewoon om de hele entourage om en rond het water.
In mijn geval probeer ik de wateren zo uit te zoeken dat ik er enigszins de rust heb en dat er een fatsoenlijke toplaag aanwezig is. Ja, ja ik ben ook op zoek naar dikke egostrelers, en als het kan het liefst zonder naam. En zoals jullie weten zoek ik het tegenwoordig aan de rivier en zit ik hier veel van mijn visuren achter de steunen, al moet ik jullie wel bekennen dat de toplaag aan ‘mijn’ rivier de Gelderse IJssel dun bezet is.

Om terug te komen bij het water dat mij al een dik tien jaar achtervolgt, gaat het om een klein riviertje die meer het karakter heeft van een beek die tot diep in het Oosten van ons land reikt. Het water heeft de facetten die het tot een perfect penwater kwalificeert, en dat op nog geen tien minuten rijden.
Vanaf dag één dat ik de karper fanatiek belaag heb ik al mijn ervaringen vastgelegd. Alles werd bijgehouden, met de gedachte een bepaald patroon te ontdekken. In sommige gevallen heeft me wel degelijk extra vis opgeleverd, maar desondanks heb je altijd te maken met bepaalde elementen waar we geen invloed op hebben. Als ik mijn logboeken bekijk betreft 1997 tot 2003 de periode dat veel van mijn penuurtjes aan het desbetreffende water werd besteed. Er ging geen week voorbij of ik was er wel te vinden, strakke voerschema’s werden toegepast weer of geen weer het deerde me niet. Ondertussen was ik bij mijn huidige werkgever beland en in de pauzes werd nog even naar pa gebeld, met de vraag of hij even langs één van m’n stekken wilde rijden om te kijken of ik last had van concurrentie. Al betwijfel ik of ik hem vandaag de dag nog zo gek krijg.
Er vlogen seizoenen voorbij en heb er mooie vissen weten te verschalken met de pen en zo nu en dan met de steunen. En last van concurrentie had ik amper in die dagen, die hadden het veel te druk met uren draaien aan de lokale dressuur put.
Seizoen 2002 zou een bijzonder jaar worden, dit seizoen zou ik nog één keer alles uit de kast halen om me vervolgens te gaan richten op een ander water. Althans, ik zou me gaan focussen op twee periodes namelijk het voorjaar en najaar. Dit zijn de periodes dat het water in kwestie voor zwaarlijvige verassingen kan zorgen.
Er ontbraken nog een tweetal vissen waar ik mijn zinnen op had gezet, een meter spiegel die ik meerdere malen zag zonnen voor de sluis en continue mijn korst weigerde. En dan zat er nog een bak van een schub die al eerder was gevangen door een oude vismaat.
Begin maart was ik voorzichtig begonnen met voeren tussen twee sluizen en er werden een drietal stekken onderhouden. De stekken lagen verspreid over het hele traject om zo ook een idee te krijgen waar ze zich ophielden. De eerste stek ligt nabij de eerste stuw waar over het algemeen altijd wel wat vissen rond scharrelen. De tweede stek ligt halverwege het traject, en waar ik het meeste van verwacht als het gaat om er een dikke big te strikken. Zoals op vele wateren zwemmen de wat kleinere karpers gegroepeerd de stekken af en leeft de toplaag toch meer een solidair bestaan, vandaar dat ik een beer verwacht op de wat rustige stekken. Niet vissen voor de aantallen maar gericht op de toplaag, zei de rietpikker. De derde stek ligt stroomopwaarts bij de eerst volgende stuw.
Eind maart en nog geen karper gezien, de watertemperatuur werkte nog niet mee en het wachten was op beter weer. Of had ik dan toch teveel gevoerd en de karper stil gelegd. Maar net op de valreep wist ik dan toch nog een serie twintigers te strikken, wat een beetje zon wel niet kan doen zo in het prille voorjaar.
Sessie in april
Ik tel de dagen af naar het weekend die voor mij op vrijdag al begint, heerlijk zo’n vierdaagse werkweek. Vrijdagochtend ga ik pad, aangekomen bij het water hijs ik me in m’n waadpak, om op een eventuele op hol geslagen vis te kunnen anticiperen. De meeste vissen die ik hier haak gaan zonder aarzelen richting de twee palen aan de overkant, en om het nog lastiger te maken kunnen ze zelfs een ondiepe zijtak pakken.
Ik wil niets aan de toeval overlaten en ben dus goed voorbereid, deze stek vraagt om een andere aanpak. Gewapend met een taaie glasstok een penn-molen met een verse 0,32mm nylon moet de klus gaan klaren. Ik wurm me door de struiken zoek m’n stekkie achter de overhangende braamstruik en het wachten kan beginnen. De sluizen staan open en er zit een stevige trek op het water, er is altijd veel activiteit te beleven als er stroming staat. De stek ligt een kleine meter uit de kant en heb door de korte lijnopslag perfecte controle over m’n pennetje. Net op het moment dat ik m’n knie wil strekken zakt het pennetje weg en ik kan net op tijd een ferme tik uit te halen, het beest gaat regelrecht op de palen af. Ik leg de hengel plat en steek de top te water, voor de paal komt de vis naar boven en slaat met zijn staart op het wateroppervlak. Ik voer de druk en weet het beest te kantelen en met een aantal slagen wordt de rest van de dril kort onder de kant uit gevochten. Dit is het moment waarop ik heb gewacht en nu de palen geen bedreiging meer zijn gaat de slip wat losser en loods ik niet veel later een lange massieve schub het net in. Een puntgave schub ligt op de mat zo heb ik ze graag, een krachtpatser puur sang.
Een lekker begin, wat heeft de ochtend nog meer in petto eerst maar een rokertje draaien en koffie. Ik bekijk m’n materiaal en naar een paar meter nylon te hebben vervangen leg ik m’n pennetje weer uit. De rust is wedergekeerd en het wachten is op een volgende bezoeker. Het is me meerdere malen overkomen dat de aanbeten op dit water kort op elkaar volgden. Vaak ging het dan om vissen van hetzelfde kaliber, in kleine groepjes werden de stekken afgestroopt op zoek naar een snelle hap.
Er gaat een half uur voorbij en zonder dat ik er erg in heb sta ik met een kromme hengel, ik zag het pennetje niet weglopen maar reageerde omdat mijn hengel zowat uit m’n hand werd getrokken. Ik was in gevecht met een jutter van een bakbeest en ze had haar zinnen gezet op de verdomde zijtak en dat zou me een vis kosten. Dan maar het water in en zonder na te denken stap ik naast de bramenstruik in het water en achtervolg de vis tot aan de splitsing, met de hand op de spoel en wordt het buigen of barsten. De dril lijkt eeuwig te duren en minuten vliegen voorbij, haar krachten nemen af en het ziet ernaar uit dat ik het ga redden. Snel graai naar m’n net die tussen de bramenstruik ligt en met een vloeiende beweging sluis ik de vis in m’n net, en het is ze. Dit is een dergelijk moment dat alle puzzelstukken op zijn plaats vallen en ik krijg een warm gevoel. Een machtig volmaakt beest van ligt uitgeteld op m’n mat, snel wegen en de benodigde bewijzen worden vastgelegd. Niet veel later zoekt ze haar toekomen in het veilige water.
Dat me buiten dit hoogtepunt nog een verassing in stond te wachten was een feit, Karin mijn wederhelft stond op het punt te bevallen van onze dochter Jill en dat zou tot nog strakkere planningen leiden. Maar waar een wil is een weg en tussen de flesvoeding door vond ik toch nog een gaatje om de stekken te onderhouden.
Begin oktober had ik dan eindelijk de mogelijkheid om er een ochtendje tussenuit te knijpen, en rond zeven uur stond ik bepakt aan de waterkant. Er stond een aangenaam zonnetje en het was herfst, een periode dat de natuur op haar best is met al haar kleurcontrasten.
Vandaag staat m’n penhengel even in de hoek en liggen er twee taaie glasstokken op de steuntjes. Ik nipte net van m’n tweede bak koffie toen de top van mijn linkerhengel doorboog en ik graai de hengel van de steunen. Na een paar seconden sta ik met mijn rug tegen de brug en met de hengel krom tot in het kurken handvat, en aan de andere kant scheert een vis diep langs de palen. Daar sta ik dan geleund tegen de muur en ik heb nog geen meter lijn kunnen terug winnen.
Aan de enorme kolk voor de palen te zien kon ik opmaken dat deze bak er weinig trek in had en ineens veranderde de van vis koers en denderde door de overhangende braamstruik. Op een gegeven moment dendert de vis voorbij in het heldere water en zag ik het nou goed, het zal toch niet….Wederom lag ze voor me op de mat ze was in topconditie en haar gewicht passeerde de magische grens, perfect getimed!!
Juni 2003
De telefoon gaat het is Mischa, hey kerel ben je nog an het water geweest er ligt een grote dode schub en volgens mij…ik hang op en vlieg de deur uit aangekomen bij het water loop ik stroomafwaarts langs de oever. En dan wordt m’n angst werkelijkheid, het is ze verdomme. Hoe kan het, nog niet zo lang geleden had ik haar nog en ze was beeldschoon en oogde absoluut niet als een vis op haar retour. Niet veel later krijg ik te horen dat ze drie dagen voordat ik haar vond gevangen was door een collegavisser. Hoe de vis nou aan haar einde is gekomen laat ik maar in het midden, het geeft alleen maar weer eens aan dat we zuinig moeten zijn op onze karpers en ze met respect dienen te behandelen. Heb er nog een enkele keer gevist, ik kon het niet meer opbrengen, was er klaar mee er ontbrak iets…

