<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>www.penvissen.nl</title>
	<atom:link href="http://www.penvissen.nl/?feed=rss2" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.penvissen.nl</link>
	<description>Still  searching</description>
	<lastBuildDate>Tue, 03 Aug 2010 21:34:31 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=abc</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Take me to the river</title>
		<link>http://www.penvissen.nl/?p=188</link>
		<comments>http://www.penvissen.nl/?p=188#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 01 Aug 2010 13:22:07 +0000</pubDate>
		<dc:creator>maurice</dc:creator>
				<category><![CDATA[Barbeel]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.penvissen.nl/?p=188</guid>
		<description><![CDATA[<p>Ondanks mijn eeuwige drang naar maagdelijke rivierkarpers krijgt ook de barbeel van mij de nodige aandacht. Naast de ongekende schoonheid van deze riviervis is de barbeel een vechtjas van de bovenste plank en gaat het om een geduchte tegenstander. Mijn eerste ervaringen met Barbus Barbus gaan al weer een jaar of 10 terug tijdens mijn [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ondanks mijn eeuwige drang naar maagdelijke rivierkarpers krijgt ook de barbeel van mij de nodige aandacht. Naast de ongekende schoonheid van deze riviervis is de barbeel een vechtjas van de bovenste plank en gaat het om een geduchte tegenstander. Mijn eerste ervaringen met Barbus Barbus gaan al weer een jaar of 10 terug tijdens mijn karpersessies aan de IJssel.</p>
<p><span id="more-188"></span></p>
<p>Destijds was een barbeel nog een bijzondere bijvangst. Ving ik een barbeel dan liet de karper praktisch altijd verstek gaan. Inmiddels zijn we wat jaren verder en gedijt de barbeelpopulatie goed op de IJssel. Praktisch op elke krib valt wel een barbeel te vangen en zijn ze niet meer weg te denken tijdens mijn karpersessies achter de rodpod. Uiteraard heeft een barbeel weinig in te brengen tegen een taaie karperstok, maar met het juiste materiaal is de barbeel een ultieme sportvis. Met dit gegeven tracht ik mijn materiaal zo subtiel en simpel mogelijk te houden om deze vis optimaal te beleven. Al dien je rekening te houden met de invloeden van de IJssel zoals tijdens een periode van hoog water waarvoor je materiaal afgestemd dient te worden om toch de bevisbare delen te kunnen bevissen.</p>
<p>Voor het barbelen onder ‘normale’ omstandigheden bestaat mijn materiaal uit de 4-delige float/freeline 485cm blank van BB Specimen Rods, die Ray voor me heeft afgebouwd.  Een juweel van een hengel die aan de IJssel geheel tot zijn recht komt. Een degelijke centrepin (Ray Walton van Young &amp; Sons) maakt het setje compleet. Naar gelang de situatie worden de stekken dan wel trottend met een dobber of met een wartelloodje afgevist. Verder een klein rugzakje, stoeltje en een schepnet, that’s it.</p>

<a href="http://www.penvissen.nl/wp-content/gallery/zeelt/pv_img_0389.jpg" title="" class="shutterset_singlepic140" >
	<img class="ngg-singlepic" src="http://www.penvissen.nl/index.php?callback=image&amp;pid=140&amp;width=320&amp;height=240&amp;mode=" alt="" title="" />
</a>

<p>Mijn gebruikte aassoorten variëren voornamelijk van partikels tijdens het trotten tot lunchworst of een kaasdeegje als er enkel met een wartelloodje wordt gevist. Vooral na een periode bepakt en bezakt de karper op de rivier te hebben belaagd is het een welkome afwisseling om met een minimale uitrusting op pad te gaan. Even geen gesleep met een overvolle karpertrolley, foedraal, stretcher, rodpod en alle prullaria die bij een moderne karpervisser hoort. Lekker instant wat stukken rivier afvissen, en krijg ik geen actie dan verkas ik naar een ander gedeelte van de rivier waar wellicht een bareel ligt te wachten.</p>
<p>Afgelopen week was een kort telefoontje naar Deflin genoeg om hem mee te krijgen voor een paar uurtjes wat kribben af te zoeken naar barbeel. Ik had ook eigenlijk niet anders verwacht, onlangs heeft Def tijdens zijn eerste barbeelsessie zijn barbeelontmaagding gehad in de vorm een dikke barbeel van 74cm die hem de benodigde zweetdruppels heeft bezorgd. Een citaat van Chris Yates is hier terecht op zijn plaats; <em>The only time in my life that I would catch my first barbel.</em></p>
<p>Na een kleine rit van 10 minuten parkeren we onze auto’s achter het zomerdijkje en lopen we richting de stek die we in eerste instantie voor ogen hebben. De rivier ligt er geweldig bij en het water kabbelt rustig voort, het is een magische avond.<br />
Zo nu en dan wordt de stilte doorbroken als er een groepje scholeksters al schreeuwerig voorbij raast. De eerste stek ben ik stroomopwaarts aan het legeren met een licht waterloodje. Ondanks dat de bodem van de IJssel absoluut geen biljartlaken is valt er met wat oefening op bepaalde stekken met een rollend leger te vissen.<br />
De avond verloopt rustig en genieten we van het moment dat we aan de rivier zijn. Het laatste half uurtje verkas ik toch nog even naar de uitstroom, dat zijn van die geijkte plekken aan de rivier die altijd de moeite waard zijn. Na een kwartier krijg ik een klassieke aanbeet die je niet kunt missen, als je bij de les blijft. Op het moment van de aanbeet was mijn aandacht even verslapt en was ik niet gefocust op mijn hengel. De hengel werd zowat van m’n schoot getrokken wat een geweld. De lange hengel sprong in een curve en de pin verstoorde de prachtige avond, heerlijk het gekrijs van een gierende pin.</p>

<a href="http://www.penvissen.nl/wp-content/gallery/zeelt/pv_dsc_1733.jpg" title="" class="shutterset_singlepic137" >
	<img class="ngg-singlepic ngg-left" src="http://www.penvissen.nl/index.php?callback=image&amp;pid=137&amp;width=320&amp;height=240&amp;mode=" alt="" title="" />
</a>

<p>De barbeel nam flinke runs en dook vol de vaargeul en liet zich meeliften met de stroming. Het was duidelijk een beter exemplaar en de zweetdruppels gleden over mijn voorhoofd. Gelukkig zorgde het rivierwater waar ik in m’n korte broek was ingelopen voor wat verkoeling. Voor even leek de vis zich vast te hebben gezwommen op de bodem, maar door de druk wat op te voeren kreeg ik de vis uit de vaargeul tussen de krib. De barbeel was afgemat en niet veel later gleed er een ware rivierstrijder in het net. De vis was van ongekende schoonheid en had een perfecte bouw, dik in de rug en slank bij de staart en had prachtige zilverkleurige flanken.Voor de statistieken de barbeel was 82 cm lang en woog 4,5kg. Na snel wat platen te hebben geschoten kon de vis zich herstellen in de stroming op de kop van de krib en werd de vis zorgvuldig teruggezet.</p>

<a href="http://www.penvissen.nl/wp-content/gallery/zeelt/pv_dsc_1792.jpg" title="" class="shutterset_singlepic138" >
	<img class="ngg-singlepic" src="http://www.penvissen.nl/index.php?callback=image&amp;pid=138&amp;width=320&amp;height=240&amp;mode=" alt="Barbus Maximus" title="Barbus Maximus" />
</a>

<p>Het was inmiddels donker geworden en we lieten de stek voor wat het was. Op de valreep hebben we toch nog een barbeel kunnen strikken en wat voor één. Inmiddels zijn we een week of wat verder en heb ik nog meerdere barbelen kunnen verschalken. Voornamelijk kleinere exemplaren maar het plezier is er niet minder om. Vandaag ga ik weer naar de rivier en wellicht raak ik wederom verzeild in een magisch tafereel.</p>

<a href="http://www.penvissen.nl/wp-content/gallery/zeelt/pv_img_0371.jpg" title="" class="shutterset_singlepic139" >
	<img class="ngg-singlepic" src="http://www.penvissen.nl/index.php?callback=image&amp;pid=139&amp;width=320&amp;height=240&amp;mode=" alt="" title="" />
</a>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.penvissen.nl/?feed=rss2&amp;p=188</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>1e sessieverslag 2010</title>
		<link>http://www.penvissen.nl/?p=172</link>
		<comments>http://www.penvissen.nl/?p=172#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 09 Apr 2010 14:07:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>maurice</dc:creator>
				<category><![CDATA[Karper]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.penvissen.nl/?p=172</guid>
		<description><![CDATA[<p>De IJssel ligt er verlaten bij als ik met de honden op de dijk fiets. Het is begin maart en de rivier is buiten haar oevers getreden en de komende dagen zal het rivierwater nog niet zakken. Ik waag me met deze waterstand nog niet in de uiterwaarden, dat is ontverantwoord. De rivier zal nog [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De IJssel ligt er verlaten bij als ik met de honden op de dijk fiets. Het is begin maart en de rivier is buiten haar oevers getreden en de komende dagen zal het rivierwater nog niet zakken. Ik waag me met deze waterstand nog niet in de uiterwaarden, dat is ontverantwoord. De rivier zal nog even moeten wachten, en tot die tijd blijven de rivierhengels in de hoezen en wordt er niet gevist.</p>
<p><span id="more-172"></span></p>
<p>Ik zou natuurlijk het gemaal nog even kunnen afvissen met de pen, en met de juiste omstandigheden moet het daar zeker lukken. Ik was er eind januari al even geweest met de pen tijdens een zonnige wintermiddag. Al het binnenwater lag reeds maanden verborgen onder een dikke laag ijs, maar het gemaalwater lag zoals altijd open. Ondanks de zon lag de temperatuur nog rond het vriespunt, maar met wat warme kleding moest het te doen zijn.</p>

<a href="http://www.penvissen.nl/wp-content/gallery/zeelt/pv_dsc_1063.jpg" title="" class="shutterset_singlepic135" >
	<img class="ngg-singlepic" src="http://www.penvissen.nl/index.php?callback=image&amp;pid=135&amp;width=320&amp;height=240&amp;mode=" alt="" title="" />
</a>

<p><em>Terugblik: zaterdagmiddag eind januari.</em><br />
Eenmaal aangekomen bij het gemaal worden eerst een tweetal stekjes voorzien van twee kleine handjes zoete tarwe en maden. De afgelopen winters tref ik hier een groepje karpers op een twee vierkante meter. Vis ik een meter te ver naar links of rechts dan krijg ik geen beet. Ik sluip voorzichtig naar de eerste stek die geheel in de luwte ligt en constateer wat activiteit. Hier en daar stijgen wat aasbelletjes naar het wateroppervlak. Ik prik wat maden op de haak en laat het handeltje behoedzaam zakken, er wordt immers recht onder de hengeltop gevist. Een klein puntje van het pennetje is nog zichtbaar, en de minste beweging onder water zal direct worden geregistreerd door het gevoelige pennetje.<br />
Er gaat een kwartier voorbij en ik zit hier comfortabel, het zonnetje schijnt en ik zit hier uit de wind. Zo nu en dan zie ik een schim over de stek glijden, en zo te zien is het brasem. Niet veel later krijg ik een kort tikje op de pen en met een vloeiende beweging zakt het pennetje weg. Ik verwacht dat het brasem is en rustig leid ik de vis van de stek om de boel niet teveel te verstoren. Een koude slijmjurk komt al puffend naar het wateroppervlak, even snel onthaken en op naar de volgende stek. Ik zit hier pal in de snijdende wind en ik trek mijn muts nog eens goed over m’n oren, eigenlijk geen weer voor de blauwe.<br />
Na een half uurtje nog geen teken van leven. Ik draai de handel binnen en ga eens polshoogte nemen bij het andere stekje. Even wat verse maden op de haak en ik zak het pennetje weer op de brasemstek. Er gaan vijf minuten voorbij en dan zonder vooraankondiging is het pennetje weg en de centrepin krijst het uit. De dril voelt als een bevrijding en ik geniet van elk moment, ondanks de kou neemt de vis gestaag meters nylon van de pin. Maar uiteindelijk is de vis afgemat en schuif ik de vis boven het net, en voor me ligt een prachtige winterschub.</p>

<a href="http://www.penvissen.nl/wp-content/gallery/zeelt/pv_dsc_0944.jpg" title="" class="shutterset_singlepic141" >
	<img class="ngg-singlepic" src="http://www.penvissen.nl/index.php?callback=image&amp;pid=141&amp;width=320&amp;height=240&amp;mode=" alt="pv_dsc_0944" title="pv_dsc_0944" />
</a>

<p>We zijn weer terug in maart en eindelijk zijn de uiterwaarden weer begaanbaar, met een waadpak wel te verstaan. Niet echt ideaal maar met wat moeite bereik ik uiteindelijk de bevisbare delen van de rivier. Deze sessie staat in het teken van barbus barbus. De watertemperatuur ligt net boven de 4 graden, en dat maakt het allemaal lastiger. Ik heb m’n zinnen gezet op een stek waar ik eind november nog barbeel wist te strikken. Ik trap de dag af met een winde, en dat geeft me moed. En vol vertrouwen vis ik de middag door en krijg nog een enkele keer een tik op de hengeltop. Ik neem me zelf voor om op de eerst volgende tik aan te slaan maar krijg er die dag geen kans meer voor. En eigenlijk deert het me niet, ik heb de stroming weer getrotseerd en het seizoen duurt nog lang het is pas 7 maart.</p>
<p><img class="ngg-singlepic ngg-none" src="http://www.penvissen.nl/wp-content/gallery/zeelt/pv_dsc_1098.jpg" alt="pv_dsc_1098" /></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.penvissen.nl/?feed=rss2&amp;p=172</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Vergeten klassieker</title>
		<link>http://www.penvissen.nl/?p=116</link>
		<comments>http://www.penvissen.nl/?p=116#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 21 Feb 2010 16:53:58 +0000</pubDate>
		<dc:creator>maurice</dc:creator>
				<category><![CDATA[Karper]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.penvissen.nl/?p=116</guid>
		<description><![CDATA[<p>Vergeten klassieker</p>
<p>Gepubliceerd in Spiegel magazine 10, april 2008</p>
<p>De jaren vliegen voorbij en het lijkt wel of de seizoenen met de jaren korter worden, en er zijn momenten dat de visuurtjes niet voor het oprapen liggen. Nee, we leven in een hectisch wereldje waar het voor mensen zoals ik soms nog maar weinig ruimte is voor [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Vergeten klassieker</p>
<p><em><span style="color: #ffff00;">Gepubliceerd in Spiegel magazine 10, april 2008</span></em></p>
<p>De jaren vliegen voorbij en het lijkt wel of de seizoenen met de jaren korter worden, en er zijn momenten dat de visuurtjes niet voor het oprapen liggen. Nee, we leven in een hectisch wereldje waar het voor mensen zoals ik soms nog maar weinig ruimte is voor onze geliefde hobby. Een strakke planning op er na houden is in mijn geval dan ook noodzaak om aan mijn visuurtjes te komen. Echter niet getreurd, daar in de hoek van m’n schuur lonkt die ouwe penstok naar me en zou ik binnen een half uurtje aan het water kunnen zitten.</p>
<p><span id="more-116"></span></p>
<p>Al was het alleen om weer eens lekker uit te waaien, niet altijd die drang om te presteren gewoon domweg naar dat stukje gekleurde balsahout turen. Vooral in het vroege voorjaar als er nog geen hond langs de waterkant zit is het heerlijk vertoeven. En zorgt een vroege voorjaarszon voor wat leven op de ondiepe delen van de wateren. En naar maar mate de zonuren toenemen zijn de ondiepe dele ware trekpleisters, en is het een waar schouwspel als de vissen er zich begeven en je in alle rust kunt aanschouwen.</p>
<p>Maar op het moment dat ik m’n boeltje bij elkaar raap komt de eeuwige vraag naar boven, waar gaan we mee vissen. In het voorjaar blijven die goud gele korrels uit blik het goed doen, maar wat dacht je van een smeuïg deegje. De laatste jaren heb ik er eigenlijk amper mee gevist en waarom, het is en blijft een killer van een instant aasje. En net zoals bij de bollen kun je naar hartelust variëren, elke bol is immers eerst een deegje geweest. Maar mijn top 3 was dan toch wel de hennep, trouvit en m’n trouwe kattenvoer deegje, met dank uiteraard aan Rini Groothuis. De tijd dat ik aan moeders aanrecht stond te knoeien staat in mijn geheugen gegrift en ik geloof dat m’n moeder het me nog steeds niet in dank af neemt als er weer eens aangekoekte blikkenvoer aan de gootsteen zat.</p>
<p>Het is me menig ochtend overkomen dat tijdens het bereiden van m’n kattenvoerdeegje ik me afvroeg waarom ik niet even de moeite had genomen het de avond van te voren te bereiden. Zo op de nuchtere maag een blikje kattenvoer uitlepelen en met brinta of wat gekookte aardappelen kneden tot een smeuïg deegje is niet bepaald een lekker karweitje, maar het is en blijft een topdeegje. Zelfs vandaag de dag kun je hiermee werkelijk brokken maken, zelfs op de dood geviste wateren waar menig bol is gespendeerd. Ook hier geldt weer, afwijken van de grote meute zorgt zo nu en dan voor leuke verassingen.  Zo verovert de running rig zijn plekje weer binnen de statische visserij, en zijn we weer een stukje terug bij af.</p>
<p>Het deegje</p>
<p>Voor de bereiding van de deegjes bestaat mijn basis uit zacht gekookte aardappels, een perfecte binder en tevens creëer je hiermee een zachte smeuïg deegje die niet van de haak valt en waar je makkelijk je haak door trekt bij het zetten van de haak. Meer dan 2 delen gebruik ik niet, doodsimpel goedkoop en effectief. Soms maak je het jezelf te moeilijk door aan de haal te gaan met ingewikkelde mixen en duistere toevoegingen maar of je vangst daar nou aan te wijden valt is zeker niet altijd een gegeven.</p>
<p>Aangezien ik niet met het deeg voer, heb je voor een dagje pennen meer dan voldoende aan pondje. Ik zie het niet zitten door met deeg te gaan voorvoeren, vanwege de zachte structuur is het voor de witvis een makkelijke haalbare kost. Het klompje restant gaat gewoon in de vriezer en kan weer gebruikt worden voor een volgende struintocht. Als ik met een deegje vis voer ik in eerste instantie wat kleine partikels, een paar handjes hennep of tarwe en we kunnen vissen.</p>
<p>Een grof hennepdeegje, je neemt wat aardappelen en een paar stevige handen gekookte hennep. Dit geheel kneden we net zolang tot er een compact goedje overblijft. Je zou hiervoor eveneens gemalen hennep kunnen gebruiken, maar ik hou het toch liever bij gekookte hennep. De hennep gaat even een half uurtje in een pan met water op laag vuur, dan zet ik de hennep inclusief kookvocht een nachtje weg. De volgende dag zijn de mooie witte scheutjes zichtbaar en klaar is kees. Zo’n deegje met hele en stukjes hennep is een perfecte aanbieding op of naast een hennepbedje, en kan de karper maar moeilijk weigeren. </p>
<p>De deegjes kneed ik rechtstreeks op de haak, hiervoor gebruik ik wel wat grotere klauwhaken om er in ieder geval ervoor te zorgen dat het deegje op z’n plaats blijft. En tevens bezorgde te kleine haken verstopt in een beste deegbal mij alleen maar veel missers. Wat misschien wel een optie is om een kurken balletje aan een hairtje te bevestigen en dan er wat deeg om te kneden. Echter heb ik daar geen ervaringen mee met de pen maar is het zeker  de moeite waard, maar aan de andere kant waarom iets veranderen zolang het nog werkt.</p>
<p>Het voorjaar begint</p>
<p>Die oude glasstokken in de schuur hebben te lang stil gelegen, en ik vervloek mezelf als ik één van m’n penstokken in elkaar schuif. Doordat ik de stokken rechtop tegen de muur heb gezet en zo een maand of 2 hebben gestaan zit er een flauw bochtje in de top. Tevens vond één van m’n honden het nodig het kurk te bewerken van m’n ouwe trouwe Winston en ziet de penstok er wel erg zielig uit. Het wordt nu toch echt eens tijd voor een slanke lange penstok, ach wie weet iets voor in een andere bijdrage maar als het om materiaal gaat ben ik toch echt een zeikerd. En zijn er lezers onder ons die de perfecte blank voor me weten, schroom dan niet om even een mailtje richting de redactie te sturen, maar ok genoeg hierover. Ik meet een watertemperatuur van krap 7 graden we zitten immers nog maar net in de maand maart, en ik verwacht nog niet echt dat de vis over actief zal zijn. Echter gewapend met m’n hennepdeegje kan ik wellicht wat forceren. De stek is mij zeker niet onbekend en weet hier zo vroeg in het seizoen altijd wel een visje tussen de takken weg te plukken.</p>
<p>Nadat ik mijn auto heb geparkeerd verdwijn ik met een emmertje hennep tussen de struiken. Na wat kruipwerk kom ik bij de waterkant en leun tegen de overhangende boom, het water is kraakhelder en met m’n polaroid zoek ik het water af na wat leven. Hier en daar schieten wat voorns weg, die zullen de hennep zeker waarderen maar daar komen we niet voor. Snel een paar handjes tegen de overhangende tak en weer terug naar de auto. Alles gaat op de automatische piloot de hengel wordt opgetuigd, en ik schuif m’n net in elkaar. M’n mat gebruik ik als zitvlak een stoel is alleen maar lastig tussen de takken en de schuine oever. Niet veel later nestel ik me tussen het kreupelhout en kan het wachten beginnen, voordeel is dat ik hier geen last heb van de koude wind en eigenlijk zit ik hier wel best. Tevens zorgt de stek voor de benodigde beschutting en wordt ik niet opgemerkt door passerend volk. Niets is zo storend als je tijdens het pennen wordt gestoord door een niet visser die verlegen zit om een praatje, nee laat mij maar lekker met rust. Na een half uurtje beginnen de eerste tekenen van vis te verschijnen, hier en daar stijgen wat belletjes naar de oppervlakte. Een teken dat m’n hennepbedje is gevonden, snel de lijn inhalen en de haak voorzien van een vers deegbal. Na een kwartier volgt de verwachte aanbeet en de scheert in ene run naar de overkant en heeft z’n heel gezocht in de afgestorven lelieveld en het handeltje zit muurvast. Dit is iets wat ik op deze stek altijd probeer te voorkomen aangezien de oever links en rechts van mij bezaaid is met bomen en struiken. Maar met wat stuntel werk red ik het dan toch om de brug te bereiken en ga richting vis aan de overkant. Van een dril is verder geen sprake en niet veel later ligt er een leuk schubje op adem te komen in m’n net, toch maar even snel een plaatje knallen en het beestje mag weer terug.</p>
<p>We zijn nu wat verder in het voorjaar en ik zit wat na te genieten van een ochtendje vissen, het groen staat er al mooi bij en ik verwacht dat de vissen zich binnenkort opmaken voor de paai. Ik heb zojuist een draak van een dril gehad en gelukkig afgesloten in mijn voordeel. Dit keer met de steuntjes aan een 30 hectare put, ja ja door mijn strakke planning en geringe vistijd probeer ik m’n kostbare tijd zo efficiënt mogelijk in te plannen. En sommige wateren lenen zich niet zo best deze te bevissen met de pen en kruip ik dan ook achter de steuntjes. Deze vis heeft me wel even bezig gehouden en het beest vocht voor wat ie waard was, een prachtige lange massieve schub één brok dynamiet, ja zo zie ik ze graag. Ok, deze vangst hoort niet echt in de penrubriek thuis maar deze vis kon de kattenbrokken zeker waarderen. Dit keer geen deegje maar een kattenbrokken bol, van deegje naar bol.</p>
<p><img class="ngg-singlepic ngg-center" src="http://www.penvissen.nl/wp-content/gallery/zeelt/pv_dsc_0067.jpg" alt="pv_dsc_0067" /></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.penvissen.nl/?feed=rss2&amp;p=116</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ploeteren aan de IJssel</title>
		<link>http://www.penvissen.nl/?p=113</link>
		<comments>http://www.penvissen.nl/?p=113#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 21 Feb 2010 16:44:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>maurice</dc:creator>
				<category><![CDATA[Karper]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.penvissen.nl/?p=113</guid>
		<description><![CDATA[<p>Ploeteren aan de IJssel</p>
<p>Gepubliceerd in Spiegel magazine 9, februari 2008</p>
<p>Het is een mistige ochtend als ik me uitrek op m’n stretcher, in de verte kondigt zich de zoveelste vrachtschip aan. Als het gevaarte m’n stek passeert zuigt ze een derde van de krib leeg, de toppen van m’n hengels buigen lichtjes door. Ik sleur mezelf [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ploeteren aan de IJssel</p>
<p><em><span style="color: #ffff00;">Gepubliceerd in Spiegel magazine 9, februari 2008</span></em></p>
<p>Het is een mistige ochtend als ik me uitrek op m’n stretcher, in de verte kondigt zich de zoveelste vrachtschip aan. Als het gevaarte m’n stek passeert zuigt ze een derde van de krib leeg, de toppen van m’n hengels buigen lichtjes door. Ik sleur mezelf van de stretcher en zet een vers bakkie, het was me een nachtje wel het begon rond een uurtje of 11. Eerst werd de stek bezocht door een school windes, en bij de 6 winde voelde ik de bui al hangen.</p>
<p><span id="more-113"></span></p>
<p><img class="ngg-singlepic ngg-left" src="http://www.penvissen.nl/wp-content/gallery/zeelt/pv_dsc_0157.jpg" alt="pv_dsc_0157" /></p>
<p>Op het moment dat ik de rigs voor een uurtje of wat op de kant wilde laten om de stek tot rust te laten komen en met de hoop dat de witvis zou vertrekken volgde er toch een serie van 3 karpers. Onaangekondigd melden ze zich netjes om het uur, daar sta je dan moederziel alleen midden in de nacht in de regen op een krib met je hengel krom tot in het handvat en ergens in de vaargeul hangt een beest aan de haak die met gemak vele meters lijn van m’n spoel snoept. De vissen geven zich hier niet zomaar gewonnen, voor elk vis wordt hard gevochten. </p>
<p>De rivier waar ik praktisch al mijn tijd besteed stroomt langs mijn woonplaats, de IJssel. Het stond voor mij eigenlijk al vast dat ik vroeg of laat aan de oevers van deze slagader uit het Oosten terecht zou komen, in mijn jonge jaren struinde ik er de oevers af op zoek naar snoekbaars en paling, de cirkel is rond . In mijn visserij is rust een belangrijk onderdeel en vandaag de dag bevis ik bepaalde stukken rivier waar geen sterveling komt, gewoon je ding doen het avontuur, het pionieren en de mystieke uitstraling heeft me gegrepen. De rivier die constant in beweging is geeft me een bepaalde rust als een hectische werkweek weer voorbij is. Elke keer als m’n pieper het uitkrijst is de kans aanwezig dat een maagdelijke rivierrakker zich tegoed heeft gedaan aan één van mijn vallen, alleen de gedachte al geeft een extra dimensie aan mijn visserij. Anderen  hebben zich het targetvissen eigen gemaakt en krijgen een enorme kick als ze na lang investeren hun targetvis op de kant trekken aan een hard circuit water. Voor mij is die kick enigszins te vergelijken als ik toch tussen die ladingen witvis en de hard stromende rivier een maagdelijke karper weet te filteren. En met tijd en wijlen ben ik ook wel te vinden aan het binnenwater, maar die rivier blijft me achtervolgen.</p>
<p>Als we kijken naar de bezetting hebben we te maken met een redelijk bestand aan schubkarper met een zeer kleine categorie in de bovenklasse. Daarnaast zijn de spiegels dun bezaaid maar heeft het spiegelkarperproject van de KSN ervoor gezorgd dat de spiegels een behoorlijke boost hebben gekregen, en dat het ze goed afgaat is ze duidelijk af te zien. Al heb ik een grote voorliefde voor de lange massieve sterke schubs, maar het blijft uiteraard een zeer welkome verrassing als een mooie projectspiegel me voor even bezoekt.</p>
<p>Zo bevis je jaren de binnenwateren en vang je af en toe een spiegel en zo zit je aan de rivier en loop je de ene naar de andere spiegel tegen het lijf. De valkenswaard spiegels onderscheiden zich vanwege de prachtige schubbenpatronen en anderzijds zijn er de zwak beschubte Franse, Duitse en Hongaarse spiegels, van korte dikbuikige tot lange massieve vissen stuk voor stuk prachtige verschijningen. De dikke beren liggen er zeker niet voor het oprapen maar alles is mogelijk aan de rivier, en heb ik veel vertrouwen in de jonge projectspiegels en ben benieuwd wat de toekomst ons gaat brengen.</p>
<p><img class="ngg-singlepic ngg-right" src="http://www.penvissen.nl/wp-content/gallery/zeelt/pv_dsc_0185.jpg" alt="pv_dsc_0185" /></p>
<p>Met een stel taaie parabolische stokken met een testcurve van 2 ¾ tot 3lbs zul je het op deze rivier wel redden, lichter zou ik zeker niet gaan aangezien we zwaar lood gebruiken en met die stroming zitten. Wel eens een afgematte vis op een strekdam in een buitenbocht geland? De vis is afgemat en geeft zich gewonnen, hangt een tiental centimeters onder het wateroppervlak en door de stroming wordt de vis richting de oever geduwd, dan is het prettig dat je wat reserve in je stok hebt om het zaakje boven je net te trekken. De hengels die ik voor deze visserij gebruik zijn taaie zalmblanks van pak ‘m beet 2 ¾ lbs met een lengte van 3,90mtr en progressieve actie, het topdeel is lekker zacht waarmee de uitspattingen onder de kant perfect worden opgevangen, en het tweede deel komt zodra er stevig gedrild dient te worden. De lengte komt eveneens van pas aangezien het geregeld voorkomt dat een gehaakte vis kort langs de krib of strekdam scheert die bezaaid liggen met basalt blokken.</p>
<p>Tevens gebruik ik een grofmazige net, een fijnmazige net heeft veel meer vat op de stroming en kan voor veel problemen zorgen als je een vis wilt landen. Zodra m’n buit veilig in het net zit, schuif ik de vis gelijk in m’n weegzak de vinnen checken of ze netjes liggen en gaat het zaakje richting de onthaakmat. En zorg ervoor dat je een fatsoenlijke dikke mat gebruikt, de meeste oevers liggen meestal bezaaid met basaltblokken. Ik heb mijn mat dan ook altijd kort aan de oever liggen zodat je niet eerst met je buit over de gladde keien stuitert.</p>
<p>Verder gebruik ik een degelijke molen met een goede slip en een behoorlijke inhaalsnelheid om te kunnen anticiperen, de vis maakt immers goed gebruik van de stroming het ene moment sta je rustig een vis te drillen tussen een krib en een paar seconden later knallen ze tientallen meters stroomafwaarts de vaargeul in. Mijn spoelen heb ik gevuld met 35mm gevlochten lijn en eventueel een stevige nylon voorslag van rond de 0.50mm, met een lengte van een meter of 10 als er op of nabij een mosselbank wordt gevist. Niet dat je zo elke situatie de baas bent, sommige stekken zijn gewoon niet te bevissen en daar zul je gewoon rekening mee moeten houden, we willen toch een gehaakte vis landen. Dat je met het gebruik van een gevlochten lijn voorzichtig moet zijn weten de meeste onder ons wel, en als er dan nog een dikke voorslag wordt gebruikt dan dien je altijd een safety clip systeem te gebruiken.<br />
Zou je met inline lood vissen en je krijgt lijnbreuk boven de voorslag valt het lood tegen de voorslagknoop, en wordt het voor de vis wel erg lastig zich van de haak, lijn en lood te ontdoen. De groene gevlochten lijn van Powerpro gebruik ik nu een jaar of 4 en bevalt  uitstekend. Loopt je rig vast op aanwezige stenen en dergelijke zal je praktisch altijd je rig kapot trekken. Met een dikke nylon hoofdlijn zul je het ook redden en er zijn riviervissers onder ons die hier een voorkeur voor hebben, en een stevige harde nylon is uiteraard erg slijtvast en qua prijs ben je met een nylon lijn beter af dan met een gevlochten hoofdlijn. Voorwaarde is echter wel als je met een gevlochten hoofdlijn aan de gang wilt je het beste dit in combinatie met een zachte hengel doet die krom gaat tot in het handvat, en niet met zo’n strakke pook aan de haal gaat. Gevlochten lijnen zijn praktisch rekloos en dat kon nog wel eens tot nare gevolgen leiden mocht je dit in combinatie met een te stugge hengel doen. Kortom, of men nou gevlochten of nylon hoofdlijn gebruikt, voorwaarde is dat men hier met verstand mee omgaat.</p>
<p>De onderlijnen zijn simpel, degelijk en sterk. Gebruik in ieder geval een rig waar je vertrouwen in hebt, in mijn geval 25lb gevlochten onderlijn een simpele lign aliner van een zachte siliconen tube en that’s it. Afhankelijk van de te bevissen stek varieer ik wat met de lengte van mijn rig, mocht er toch overhands ingegooid te worden pak ik een combi-rig om anti tangle te voorkomen. De haken zijn dezelfde die je terugziet in de obstakelvisserij dus dik van draad en scherp. Wat modellen die ik gebruik zijn: Drennan Continental mt 6 en 8, PB anti-eject mt 8, Ashima 887 mt 6 en 8. Zit ik op een stek met veel stenen en dergelijke dan zou ik eerder voor de drennan continental gaan, omdat deze een gekromde punt heeft en daardoor minder snel bot wordt ten opzichte van de Ashima 887, deze heeft een lange rechte punt en zal eerder tegen wat stenen lopen. De maatjes 6 gebruik ik als ik met één 25mm of twee 25mm boilies op de hair vis, de maatjes 8 worden ingezet als er met 20mm boilies of particles wordt gevist. Zorg in ieder geval dat je voldoende reserve rigs voorhanden hebt aangezien één ding gepaard gaat met deze visserij en dat is groot verbruik van rigs. Niet alleen de aanwezigheid van stenen zijn hier debet aan, maar ook de hordes witvis werken hieraan mee. Daarnaast komt het geregeld voor dat een rig vast loopt door aanwezige stenen, mosselbanken of matten die ervoor moeten zorgen dat een krib op strekdam in gareel blijft. Tevens wil ik zodra er karper gevangen wordt, als de donders er voor zorgen dat m’n hengel weer op scherp staat aangezien het geregeld voor komt ze niet alleen azen en de kans op meerdere aanbeten aanwezig is.</p>
<p>De stekken die ik bevis vragen om loodgewichten tussen de 140gr en 250gr, in mijn omgeving is de rivier op bepaalde stukken een regelrechte trechter te noemen. Tussen de kribben red ik het tot op de stroomnaad in de meeste gevallen wel 140gr tot 170gr, zoek ik m’n heil richting vaargeul dan komen de zwaardere loodstukken er aan te pas. Het is wat dat betreft gewoon verschillende gewichten proberen, gedraagt bijvoorbeeld een  kogellood van 150gr zich hetzelfde in de stroming ten opzichte van zwaarder lood dan zou ik niet zwaarder gaan vissen. De loodsoorten die ik gebruik stem ik af op de stekken die bevist worden, inline lood laat ik voor dit werk thuis en ga tewerk met wartellood. Zoek ik de rand van de vaargeul op dan gebruik ik hier de populaire grippa lood en de normale platte loodjes, ga ik verder de vaargeul in dan stap ik over op kogellood als er niet teveel rotzooi op de bodem lig. Is de bodemstructuur wat grimmiger kun je ook lood gebruiken die de eigenschap heeft om snel naar de oppervlakte te stijgen zodra deze wordt binnen gedraaid. </p>
<p>De stroming is een onderdeel die constant aanwezig is, al kun je heil gaan zoeken in de talloze zijarmen en havens waar van stroming amper sprake is. Zit je tussen een krib of op een strekdam te vissen dan zijn er een aantal voorzorgsmaatregelen die je kunt treffen om zo enigszins de stroming de baas te zijn maar helemaal voorkomen. In dat geval moeten die hengeltoppen omhoog zo heeft de stroming minder vat op je hoofdlijn, tevens loop je zo minder risico dat je lijn langs de basaltblokken of mossels loopt. En niets is vervelender wanneer je een aanbeet krijgt je alvorens bij je hengels bent en niets rest dan een zweepje. Door de stroming en het ruwe karakter van de rivier, is het uit den boze hier je buit te zakken. Heb je in je nabijheid een aangrenzende sloot, of slenk dan kun je ze daar wel tijdelijk veilig zakken mits er voldoende water staat tenminste. Heb ik deze mogelijkheid niet dan monteer ik mijn camera op een statief en gebruik ik een afstandsbediening, en kun je zelfs in het donker redelijke foto’s maken.   </p>
<p>Naast de stroming hebben we ook constant te maken met de scheepvaart en een schommelende waterpeil, een keer of wat per jaar treed de rivier buiten haar oevers en trekt de karper mee op de ondergelopen uiterwaarden. De vaargeul is dan op de meeste stekken niet bereikbaar en kan je eventueel je heil zoeken op de uiterwaarden. Het blijft me verbazen hoe snel de vis de ondergelopen uiterwaarden op trekt, zo snel dat ze er massaal liggen zo zijn ze ook weer vertrokken als de waterpeil weer zakt. De uiterwaarden bevissen is wat dat betreft weer een visserij apart, je hebt hier wel een geringe stroming maar de hoge waterstand brengt veel drijfvuil met zich mee en kan een sessie volledig verzieken. Vooraf je huiswerk doen door middel van foto’s te maken van stukken uiterwaarden voordat ze zijn onder gelopen helpt je in ieder geval obstakels te lokaliseren. De vis lokaliseren is op de uiterwaarden wel wat makkelijker aangezien er geen meters water staat en de karper zich makkelijker laat zien, maar dat wil nog niet zeggen dat ze zich makkelijker laten vangen. De karper ligt op de ondergelopen uiterwaarden massaal op natuurlijk voedsel, en wordt het wel wat lastiger de vis op je voer te krijgen, alleen een velgekleurde single aanbieden kan soms wel voor een verassing zorgen. Een andere optie is de ondergelopen uiterwaarden af te struinen in een waadpak en ze op te zoeken met de pen.</p>
<p>Voor de riviervisserij gebruik ik voornamelijk keiharde luchtgedroogde zoete 20 en 25mm boilies. Ondanks ik altijd voorvoer acht ik de kans vrij groot dat er geregeld trekkende vissen zullen zijn die mijn stek opmerken, dus vissen die de stekken ondanks het voorvoeren niet hebben bezocht. Met dit gegeven vind ik het dan ook belangrijk dat mijn ballen een aardige instant werking te hebben. Vanwege het voervoeren voor mij geen ready mades, zelf draaien is voor mij ook geen optie aangezien ik mijn tijd efficiënt wil benutten we hebben immers niet alle tijd. Sinds een jaar of 10 ken ik Ray en laat ik mijn ballen door hem draaien, en eenmaal gezien met wat voor gemak en snelheid hij ballen draait, behoort zelf knoeien in de schuur tot de verleden tijd. Met Ray zelf riviervisser pur sang deel ik mijn hoogte en diepte punten, en kunnen we uren bomen over eventuele verbeteringen binnen onze visserij. Verder over aas samenstellingen ga ik hier niet uitweiden, die bijdrage staat niet op mijn conto. Ik kan louter afgaan op mijn ervaringen die ik met bepaalde type boilies heb en door de jaren heen heb ik mijn beste resultaten geboekt met zoete ballen op basis van koolhydraten, tevens heb ik ten opzichte van eiwitrijke vismeel ballen minder last van witvis. Het blijft toch lastig om de witvis in z’n geheel te omzeilen, metname de windes en kopvoorns kunnen je tot waanzin leiden en is het soms beter om voor even een break in te lassen, en de hengels voor even op het droge te houden.</p>
<p>In het voorjaar wil ik nog wel eens met particles aan de haal gaan, denk dan aan mais en tijgernoten en zijn zeker goede resultaten te behalen. Zodra we wat verder in het seizoen zijn stap ik over het algemeen over op alleen boilies, dit ook weer vanwege het proberen te omzeilen van de witvis.  Als ik dan zou moeten kiezen, dan altijd voorvoeren. Ik merk toch echt wel het verschil tussen een vooraf aangevoerde stek en een stek die instant wordt bevist, ondanks het feit dat migratie onder de rivierkarper een vast gegeven is. Het komt regelmatig voor dat een vis m’n mat onder schijt met boiliedrap, en met de wetenschap dat het wel even duurt voordat mijn boilies door het darmkanaal van onze karper zijn verwerkt, weet ik in ieder geval dat mijn stek na de laatste voerbeurt is bezocht. Nu ik dit zo schrijf moet ik wel bekennen dat het hier om stekken gaat die ik door de jaren heen heb leren kennen, en waar ik dus vis verwacht. Instant vissen heeft me aan de rivier nooit kunnen bekoren, kanttekening daarbij is wel dat ik praktisch altijd 1 nachtje vis. Maar als de rivier buiten haar oevers treed wil ik nog er nog wel eens instant op duiken, maar dat heeft meer te maken dat ik gewoonweg betere resultaten heb geboekt op die delen die net onder water staan. Dat voorvoeren verschilt nogal per jaargetij, het voorjaar en najaar wordt er praktisch elke dag gevoerd de stekken , metname het voorjaar wordt de hoeveelheid voorzichtig opgebouwd ik begin met 1 ½ a 2kg tot een kg of 4. In het najaar schroef ik uiteindelijk de hoeveelheden langzaam terug van 4kg naar 1 kg. De warmere maanden ligt het wat anders, in deze periode worden er meerdere stekken naar een korte voerbeurt van 3 dagen kort afgevist, en zo blijf ik pendelen tussen deze stekken totdat het vis oplevert. Ik ben toch van mening dat in de warmere maanden de vis zich meer verspreid over de rivier, en zou ik niet op één paard wedden.</p>
<p>Tussen de kribben bevoer ik de krib kort onder de kant en zorgt de scheepvaart er voor dat het voer over de gehele krib wordt verspreid. Bevoer je alleen de kop van de krib, ik heb het hier dan over de in- en uitstroom, zal het voer meer richting de stroomnaad en vaargeul worden verspreid. Op zich is dat geen ramp aangezien bij kribben doorgaans de in- en uitstroom de beste stekken zijn, maar ben je toch van plan het dicht onder je eigen kant te zoeken tussen een krib dient daar ook voer te liggen. Op de strekdam en in de vaargeul wordt er vol in de stroming gevist, en voer ik tot een  50 tot 100 meter stroomopwaarts om er voor te zorgen dat de stek van voer wordt voorzien. Ben ik aan het vissen en de scheepvaart is in volle gang dan blijf ik constant kleine hoeveelheden voer brengen, dit om eventuele aanwezige vissen te prikkelen en ben ik er wat geruster op als er wat voer nabij mijn haakaas ligt.<br />
In mijn regio zoek ik mijn stekken langs de kribben, de strekdam en uiteraard zijn de onderbrekingen van de eindeloze monotone stukken altijd interessant. Denk hierbij aan de sloten die in de rivier uitmonden, de talloze havens, palen voor het aanmeren van schepen.  Tussen twee kribben, de beide koppen van de kribben zijn plekken waar je praktisch altijd diepere plekken zult aantreffen, dit vanwege het uitslijten door de stroming. Dit zijn veelal de plekken waar wat te halen valt, jammer genoeg niet alleen karper. Je kunt dan met je rodpod in het midden van de krib langs de oever gaan zitten maar weet wel dat het geregeld voor komt dat een gehaakte vis stroomafwaarts de vaargeul in dendert, en eer je op de punt van de krib staat heeft de vis al vele meters lijn gepakt en is de kans op verspelen groot, ik zit daarom altijd op de tweede krib stroomafwaarts.</p>
<p>Op de strekdam,we hebben het hier over de rechte oeverzijde waar geen kribben staan, zijn eveneens stekken te vinden en met wat secuur peilwerk is er altijd wel ergens een afwijking te traceren. Op praktisch al deze stekken vis ik dicht onder de eigen kant, denk hierbij aan 2 tot 3 hengellengtes uit de oever. Waar de grote basaltblokken overgaan naar kleinere stenen zijn dan vaak de stekken die ik bevis, ook hier scharrelt de karper z’n kostje bij elkaar van driehoeksmosseltjes tot vlokreeftjes, het stikt er van. De dieptes verschillen echter wel per stek, zo zit je tussen twee kribben net achter de basaltblokken op amper een meter water. En zo zit je op de strekdam op een 3 tal meters uit de kant al gauw op een meter of 3 en bevis je de kop van een krib dan zijn dieptes van 5 meter of meer zeker geen uitzondering.</p>
<p>Ik begin meestal in het vroege voorjaar en ga door tot het late najaar, al zijn we afhankelijk van de wisselende waterpeil. Kijken we naar de laatste jaren dan spreken we niet over echte winters en zal het rivierwater wat sneller op temperatuur komt, debet is wel het smeltwater waarmee het rivierwater wordt vermengd waar we in het voorjaar mee te maken hebben. </p>
<p>Begin april ligt het watertemperatuur rond de 10 graden en zal je over het algemeen een toenemende activiteit gaan waarnemen, en begint de rivier al behoorlijk te leven. Riviervissen is een visserij die je zeker moet liggen, vele uren draaien voor de vis, kilo’s witvis, veel voer verstouwen en blijven zoeken. Niet blijven hangen op een stek, bepaalde stekken lopen voornamelijk in het voor- of najaar. Zo heb ik een aantal stekken die ik in dezelfde periode bevoer, en ook al ben ik niet aan het vissen kost me dat al gauw 1,5 uur om beide stekken te bevoeren ze liggen immers een kleine 10 kilometer uit elkaar. Naast de afstand tussen de stekken is de bereikbaarheid van de meeste stekken ook tijdvergend, en zijn bepaalde stekken alleen bereikbaar met de boot, en voor andere stekken moet er eerst een pittige wandeling worden gemaakt. Nee, dit is geen visserij voor jongens die hun auto bij de tent willen of te beroerd zijn bepakt en bezakt een paar weilanden door te banjeren. En zit je op een krib verwacht dan niet je tentje mooi strak op te kunnen zetten, het zorgt er in ieder geval voor dat een bepaalde categorie vissers afvalt. Het aantal riviervissers in mijn omgeving kun je op één hand tellen, bang hoef je dus niet te zijn dat er toevallig een concurrent op je stek zit en trouwens plek zat op de IJssel.</p>
<p>Het is begin juni als ik laat in de middag arriveer op m’n stek, zoals gewoonlijk is Moos m’n trouwe viervoeter al vooruit gerend zodra hij een eerste glimp van de rivier zag. Rond een uurtje of 6 liggen de hengels gereed, met 1 hengel wordt de rand van de vaargeul opgezocht de andere gaat op richel voor de ingang van een sloot. Tijdens deze periode zijn dit soort stekken altijd interessant aangezien we rond de paaitijd zitten. Sloten die in de IJssel uit komen zijn dan ware trekpleisters voor ze, de één wordt wat frequenter bezocht dan de andere slootjes. Door gewoonweg te vissen zul je er uiteindelijk achter komen welke stek de voorkeur geniet. Zo rond de schemer wordt niet alleen de roofvis al wat actiever en de eerste vis laat zich al, met een doffe dreun klapt een schubje iets voorbij de ingang van de sloot. Tegen 8uur krijg ik een aanbeet en trap ik af met een plaatje van een spiegel, als ik de vis weer heb teruggezet volgt er wederom een aanbeet en de volgende vis wordt naar een stevig robbertje drillen op de mat gehesen. Tegen middennacht kom ik uit op 6 aanbeten, en ik moet de nacht nog in, het kan verkeren. Geen beren maar wat zal het, elk gevangen vis aan de IJssel is er één. De nacht verloopt verder rustig, maar deze sessie was al geslaagd voordat ik m’n slaapzak opzocht. Zo zit je te zweten voor een enkele aanbeet en zo nu en dan loopt het als een trein, laat mij maar ploeteren aan mijn rivier&#8230;</p>
<p><img class="ngg-singlepic ngg-left" src="http://www.penvissen.nl/wp-content/gallery/zeelt/pv_dsc_0573.jpg" alt="" /></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.penvissen.nl/?feed=rss2&amp;p=113</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een brug te ver</title>
		<link>http://www.penvissen.nl/?p=108</link>
		<comments>http://www.penvissen.nl/?p=108#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 21 Feb 2010 16:27:02 +0000</pubDate>
		<dc:creator>maurice</dc:creator>
				<category><![CDATA[Karper]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.penvissen.nl/?p=108</guid>
		<description><![CDATA[<p>Een brug te ver</p>
<p>Gepubliceerd in Spiegel magazine 8, december 2007</p>
<p>Op het moment dat ik weer achter m’n laptop kruip is de maand oktober al aangebroken en tracht ik wederom een bijdrage te leveren aan Spiegel nummer 8. Om het seizoen toch nog een bepaalde swing mee te geven ben ik al voorzichtig aan een najaarsoffensief begonnen. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Een brug te ver</p>
<p><em><span style="color: #ffff00;">Gepubliceerd in Spiegel magazine 8, december 2007</span></em></p>
<p>Op het moment dat ik weer achter m’n laptop kruip is de maand oktober al aangebroken en tracht ik wederom een bijdrage te leveren aan Spiegel nummer 8. Om het seizoen toch nog een bepaalde swing mee te geven ben ik al voorzichtig aan een najaarsoffensief begonnen. Vooral rond deze periode krijgen bruggen, dukdalven en overhangende struiken wat meer aandacht, het zijn de stekken waar de vis zich in alle rust kan terug trekken.</p>
<p> <span id="more-108"></span></p>
<p>Het zijn van die stekken waar diepte enigszins te verwaarlozen is en ik niet terug deins als er amper zeventig centimeter water staat. Het blijft toch altijd een aangename verrassing als je tijdens een koude ochtend een knappe schub onder een donker bruggetje vandaan weet te peuteren. Een gegeven die veelal gepaard gaat met deze stekken is dat ze obstakelrijk zijn. Een licht penstok zou ik zeker thuis laten, in dit geval zou ik m’n heil in een taaie penstok van de 2 ponds klasse penstok zoeken. Mocht het erop aan komen dan ben je tenminste in staat wat in te brengen als er een woeste vis op een brugdrager afstormt. Niet dat een zwaardere penstok je tijdens benauwde situaties altijd helpt, dat absoluut niet. Het zal eerder aan de niet alerte visser liggen als een vis wordt verspeeld.</p>
<p>De afgelopen periode heb ik voor mijn doen weinig uurtjes met de pen gemaakt, die verdraaide rivier slokt praktisch al mijn visuurtjes op maar daar over meer in editie 9. Ik verwacht dan ook dat ze niet met bosjes m’n pennetje laten zakken, het vertrouwen in een stek moet eerst weer groeien en dat krijg je door er onder andere te zijn. Het water observeren, de vis lokaliseren zijn voor mij belangrijke onderdelen die me dichter bij succes brengen.</p>
<p>Door stomweg een paar dagen snel wat voer te dumpen en denken dat je de komende periode gebakken zit, komt nog bedrogen uit. Ja, als je kiest voor een overbezette stadsgracht kom je hier wellicht nog mee weg maar een absolute vangstgarantie heb je zeker niet. Als het op een goed lopende najaar(winter)stek aankomt dient er geïnvesteerd teworden voordat we gaan vangen.</p>
<p>Een ochtendje is ingepland om een tweetal stekken af te lopen, kijken of er al wat te halen valt er is immers al een tijdje gevoerd. Deze ochtend worden de stekken afgetast om het gevoel weer te krijgen, beurtelings komen de stekken aan bod. Het water hebben ze afgelopen najaar gebaggerd en heeft ervoor gezorgd dat sommige stekken volledig zijn geruïneerd, waar voorheen een perfect geultje liep, een richel zat of een mooi lelieveld stond betreft het nu monotoon geheel. De stek waar elk najaar wel wat te beleven viel valt nu geen schub te bekennen en we zijn weer terug bij af.</p>
<p>Onder de brug hebben ze tot mijn vreugde niet gebaggerd en weet ik het richeltje snel te vinden, hier moet het dan gaan gebeuren. De richel die ik toevallig ontdekte tijdens het roofvissen een paar winters terug. De ochtend verloopt rustig en op een tweetal brasems na blijft het verder stil, en een paar keer niet gevangen wil niet zeggen dat het per definitie een slechte stek is. Voorlopig laat ik het voer z’n werk doen en geef ik de stekken de tijd, sommige stekken komen gewoon wat trager op gang.  Tussen de voerbeurten door worden de stekjes op verschillende delen van de dag kort afgevist, om zo de aastijden te achterhalen. Je bent als penvisser erg mobiel en hebt hiermee een grote troef in handen, ik heb dan ook altijd een penstok in de auto liggen als ik ga voeren. Mocht ik karperactiviteit aantreffen dan laat ik toch even het pennetje zakken, iets wat je de meeste statische vissers niet zult zien doen als er tijdens een doordeweekse voerbeurt activiteit op de stek aanwezig is.</p>
<p>De aanbeten die ik in de koudere periodes krijg zijn vaak korte weglopers of soms een paar kleine tikjes. In het begin dacht ik met name dat die kleine tikjes op m’n pennetje witvis was, totdat ik na de zoveelste tik op de pen maar toch eens sloeg en prompt was ik in gevecht met een aardige schub. De vis wordt door het dalen van de watertemperatuur wat trager waardoor het azen enigszins wordt beïnvloed. Het vergt wat concentratie om op die kleine tikjes op je pen te reageren, ik plaats in ieder geval het laatste loodje kort bij de haak zodat je scherper kunt vissen. Zorg er voor dat het laatste loodje de bodem net niet raakt en het pennetje net niet zinkt. Dit wordt ook wel de half liggende haak genoemd, de pen reageert direct als er door een scharrelaar met je haakaas wordt gerotzooid. Voor het uitloden van de pen gebruik ik een kogelloodje die ik over haak de schuif, waarmee simpel de diepte wordt bepaald.</p>
<p>Zoals zo vaak zijn de details die het verschil maken, niet tegen de brug maar eronder met je haakaas, vis niet midden op je voerplek maar zoek het meer langs de randen zo voorkom je lijnzwemmers. Benader je stek voorzichtig en probeer gefocust te blijven, en vroeg of laat loop je die dikke big tegen het lijf.</p>
<p><img class="ngg-singlepic ngg-left" src="http://www.penvissen.nl/wp-content/gallery/zeelt/pv_f1020001.jpg" alt="" /></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.penvissen.nl/?feed=rss2&amp;p=108</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Sluipwerk</title>
		<link>http://www.penvissen.nl/?p=105</link>
		<comments>http://www.penvissen.nl/?p=105#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 21 Feb 2010 16:13:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>maurice</dc:creator>
				<category><![CDATA[Karper]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.penvissen.nl/?p=105</guid>
		<description><![CDATA[<p> </p>
<p>Sluipwerk…</p>
<p>Gepubliceerd in Spiegel magazine 7, oktober 2007</p>
<p>Een nieuwe dag is aangebroken als ik mijn auto de weg op draai, mijn gedachten gaan al naar de klussen die me vandaag op kantoor liggen te wachten. Net voordat ik de Nieuwe IJsselbrug op ga, passeer ik een bekend gezicht het is een visser reeds op leeftijd maar [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p> </p>
<p>Sluipwerk…</p>
<p><em><span style="color: #ffff00;">Gepubliceerd in Spiegel magazine 7, oktober 2007</span></em></p>
<p>Een nieuwe dag is aangebroken als ik mijn auto de weg op draai, mijn gedachten gaan al naar de klussen die me vandaag op kantoor liggen te wachten. Net voordat ik de Nieuwe IJsselbrug op ga, passeer ik een bekend gezicht het is een visser reeds op leeftijd maar gedreven als een jonge hond. Hij is een visser in hart en nieren eentje van de oude stempel, een visser uit de aardappeltijd. In die tijd was de aaskeuze niet zo uitgebreid als vandaag de dag en was de keuze snel gemaakt, wordt het een zacht piepertje of wat zachte gele korrels. Zelfs na al die jaren en de komst van vele aassoorten en de daar bij horende moderne technieken is zijn visserij niet veranderd.</p>
<p><span id="more-105"></span></p>
<p>Hij is de eenvoud zelf, met een hengel en een klein rugzakje zoekt hij zijn weg door deze hectische wereld. Een landingsnet gebruikt hij niet, elke vis wordt in het water onthaakt en komt niet op de kant. Voor mij de ultieme visser die niets heeft met egostrelers. Met handen en voeten praatte hij honderd uit over de gouden tijd aan het Twentekanaal met uiteraard een kruimelige aardappel aan de haak. Praktisch elke bezoekje aan het kanaal werd beloond, na een dag of 2 voeren kropen ze gewoon op de kant. Die tijden zijn echt wel voorbij, althans ik heb die wilde dagen sporadisch meegemaakt aan het kanaal. In die tijd volstond 2 pondjes macaroni aangevuld met wat aardappels, de keren dat ik met macaroni aan de haal ben geweest droop ik af met de staart tussen de benen, met kilo’s brasems als resultaat.</p>
<p>Op het gebied van aas is eigenlijk alles wel geschreven en iets vernieuwend kan ik hieraan niet toevoegen. Met de meeste aasjes valt wel te vangen mits je ze juist inzet en ze vers zijn. Vooral binnen mijn boilievisserij hecht ik grote waarde aan verse ingrediënten en aangezien ik altijd op voorgevoerde stekken vis en groot verbruiker ben wil ik liever geen conserveringsmiddelen in mijn ballen hebben.</p>
<p><img class="ngg-singlepic ngg-left" src="http://www.penvissen.nl/wp-content/gallery/zeelt/pv_dsc_0506.jpg" alt="pv_dsc_0506" /></p>
<p>In mijn voorgaande artikelen heb ik al wat aassoorten laten passeren die ik voor het penwerk gebruik, en het onderwerp aas blijft altijd een belangrijk onderdeel binnen de hele kapervisserij, we zijn altijd op zoek naar het perfecte aas. Het perfecte aasje voor de pen heb ik nog steeds niet gevonden, tot op de dag van vandaag gebruik ik een diversiteit aan aassoorten. Als ik in de toekomst het verder met één aassoort zou moeten doen met de pen zou ik niet weten welk aasje dit zou moeten zijn, er zijn namelijk bepaalde factoren (zie spiegel nr2) die vooraf bepaald moeten zijn voor ik een aasje ga inzetten. Momenteel ben ik met wat granen in de weer waar ik dan enkele zachte honden/katten brok op vis, een zeer doeltreffende combinatie die voor leuke verrassingen kan zorgen. Je kunt dan gewoon wat granen dumpen, maar ik ga hier wat anders te werk en gebruik hiervoor mijn voerschep die ik op een lange schepnetsteel heb gemonteerd. En aangezien er toch onder de kant gevist wordt kun je afhankelijk van de lengte van de steel de stek gegroepeerd aanvoeren. Je krijgt hierdoor een stek die totaal afwijkt van het gros je hebt immers geen tapijt met voer maar kleine compacte plekjes. Kijk maar naar de meeste vissers die je aan de waterkant tegen komt, de spullen worden uitgeladen en de hengels worden in stelling gebracht er worden wat ballen gedropt en that’s it. De meeste vissen krijgen dag in dag uit op deze manier wat voer voorgeschoteld, en benaderen deze stekken dan ook argwanend. Door deze simpele maar toch doeltreffende manier van voeren met de voerschep creëer je een situatie die de vissen niet kennen en ben je weer een stap dichter bij een dikke beer in het net.</p>
<p>Tevens kun je heel secuur bijvoeren, binnen de witvisserij wordt deze methode van bijvoeren al jaren gebruikt als ze in de koudere maanden met de vaste stok hier in de havens succesvol op voorn vissen. Maar vooral op de harde wateren kun je hiermee leuke resultaten behalen, de vissen hebben hier alles voorgeschoteld gekregen en kennen de bekende klappen van de zweep.</p>
<p>Maar met wat aanpassingen ben je toch in staat zaken te forceren, en het zijn juist vaak de kleine dingen die doorslaggevend zijn. De zojuist beschreven voermethode met de voerschep is een aardig voorbeeld, praktisch iedereen heeft er één liggen en gebruiken de schep allemaal voor het zware (particle) voerwerk. En deze (afwijkende)methode is echt niet alleen te gebruiken voor het penwerk, probeer het maar eens als je een nachtje achter de steunen kruipt. Zelfs met de meest kapot geviste aassoorten kun je zo nog succesvol zijn. Ik ben er ook van overtuigd als je in een periode zit van magere resultaten je niet gelijk moet gaan switchen van aas maar eerst over je voerstrategie moet gaan beraden voordat je je heil in een ander aas gaat zoeken. Maar als we terug gaan naar de klassieke aassoorten is het zelfs vandaag de dag nog mogelijk er een mee visje te vangen, voor mij blijft zoete maïs bijvoorbeeld mijn favoriete winteraas.</p>
<p>Het is zaterdagochtend als ik aan het watertje arriveer, het is amper 1 hectare waar het diepste stuk amper een meter haalt. Overhangende struiken, rietkragen, lelievelden alle facetten zijn aanwezig. Een betonnen buis zorgt voor aanvoer van vers beekwater, en bied de vis de mogelijkheid de prutsloot op en af te trekken. De constante bezetting telt 6 vissen en met tijd en wijlen wordt het watertje bezocht door een verdwaalde graskarper. Een meter of 5 van de oever wordt mijn hengel opgetuigd en het net in elkaar gezet. De stekjes worden vooraf nog even met de voerschep van wat granen voorzien, terug gekomen bij mijn spullen pak ik eerst paar stevige boterhammen en een kopje koffie. Maar na een half uurtje schuif ik dan toch naar m’n stek, er staat amper zeventig centimeter en blijf dan ook een paar meters van de oever. Grote modderwolken komen van de stek af, er ligt wat te bunkeren maar kan door het verkleurde water kan ik niet achterhalen wat het is. Op mijn knieën sluip ik wat naar voren en zie dan de oranje staart van een schub, dat beest gaat compleet los op de hennep met tarwe. Snel een blik vlees open trekken en op de haak schuiven, deze sponzige balletjes zijn elastisch van structuur en blijven perfect op de haak zitten. Met die zachte kattenbrokjes is het nog wel eens een probleem dat ze gauw van de haak vallen als er wat witvis op de stek actief is. Als ik het handeltje laten zakken kan het wachten beginnen, dit kan niet lang duren immers de schub ligt er nog steeds te vreten. Na een minuut of wat schuift de vis van de stek en wordt er voorzichtig wat bijgevoerd met de voerschep. Niet veel later schuiven de lelies opzij en glijdt de schub weer op de stek, het pennetje trilt en zakt traag onder het wateroppervlak en dan gaat alles in een rap tempo. De hengel sprint in een curve en de molenslip krijst het uit, aan de andere kant ploegt een schub met grof geweld door de lelies. Veel ruimte heb ik hier niet vanwege de overhangende struiken en probeer de hengel hoog te houden om enigszins de plompen de baas te zijn en dan een slappe lijn shit ik draai het zweepje binnen. Het handeltje heeft het wel gehouden maar de haak heeft wel een kromme punt. De rest van de ochtend blijft het rustig, waarschijnlijk heeft alle tumult van die geloste vis de boel teveel verstoord. Dat is wel een nadeel als je op een kleine ondiepe put vist, als je een vis hebt verschalkt of in mijn geval heb verspeeld het wat tijd kost om weer wat actie te krijgen. Het is dan ook raadzaam de stekjes zeer verspreid aan te leggen. In ieder geval lenen deze putjes zich perfect om de voerschep tactiek gebruiken.</p>
<p>Tijdens mijn struintochten langs de oevers probeer ik er voor te zorgen zo min mogelijk op te vallen en stilletjes te werk te gaan. Je zult versteld staan hoe dicht je karper kunt benaderen, talloze keren heb ik karper tot op nog geen meter kunnen benaderen. Nee, mij zul je niet in een rood shirt langs de waterkant zien voor mij dan toch wel de traditionele groene tinten. Zo zat ik eens tijdens een regenachtige ochtend op een stek met een camou poncho aan tussen wat lage struiken en wat riet. Zit ik amper en wel naar mijn pennetje te loeren komt er een visser aanzetten die zijn zinnen op dezelfde stek had gezet en deze vanaf de ander oever te bevissen, we praten hier over een goede 15 meter. Er gaat een kwartier voorbij en hij is druk in de weer met zijn uitrusting. Hij kijkt wat over het water en beoordeeld de stek waar ik amper 2 meter vandaan zit. Ik aanschouw dit alles en vlak voordat hij zijn hengel te water wil laten gaan maak me toch maar kenbaar. Ik had je helemaal niet gezien joh, ja dat dacht ik al…..</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.penvissen.nl/?feed=rss2&amp;p=105</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Magische wateren&#8230;</title>
		<link>http://www.penvissen.nl/?p=102</link>
		<comments>http://www.penvissen.nl/?p=102#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 21 Feb 2010 16:06:57 +0000</pubDate>
		<dc:creator>maurice</dc:creator>
				<category><![CDATA[Karper]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.penvissen.nl/?p=102</guid>
		<description><![CDATA[<p>Magische wateren…</p>
<p>Gepubliceerd in Spiegel magazine 6, augustus 2007</p>
<p>De meeste vissers onder ons kennen het gevoel wel als een bepaald water je maar niet kan loslaten, het achtervolgt je. Voor de één gaat het om een bepaalde topper die op het water huist en voor de ander gewoon om de hele entourage om en rond het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Magische wateren…</p>
<p><em><span style="color: #ffff00;">Gepubliceerd in Spiegel magazine 6, augustus 2007</span></em></p>
<p>De meeste vissers onder ons kennen het gevoel wel als een bepaald water je maar niet kan loslaten, het achtervolgt je. Voor de één gaat het om een bepaalde topper die op het water huist en voor de ander gewoon om de hele entourage om en rond het water.<br />
In mijn geval probeer ik de wateren zo uit te zoeken dat ik er enigszins de rust heb en dat er een fatsoenlijke toplaag aanwezig is. Ja, ja ik ben ook op zoek naar dikke egostrelers, en als het kan het liefst zonder naam. En zoals jullie weten zoek ik het tegenwoordig aan de rivier en zit ik hier veel van mijn visuren achter de steunen, al moet ik jullie wel bekennen dat de toplaag aan ‘mijn’ rivier de Gelderse IJssel dun bezet is.</p>
<p><span id="more-102"></span></p>
<p><img class="ngg-singlepic ngg-left" src="http://www.penvissen.nl/wp-content/gallery/zeelt/pv_karper-031.jpg" alt="" /><br />
Om terug te komen bij het water dat mij al een dik tien jaar achtervolgt, gaat het om een klein riviertje die meer het karakter heeft van een beek die tot diep in het Oosten van ons land reikt. Het water heeft de facetten die het tot een perfect penwater kwalificeert, en dat op nog geen tien minuten rijden.</p>
<p>Vanaf dag één dat ik de karper fanatiek belaag heb ik al mijn ervaringen vastgelegd. Alles werd bijgehouden, met de gedachte een bepaald patroon te ontdekken. In sommige gevallen heeft me wel degelijk extra vis opgeleverd, maar desondanks heb je altijd te maken met bepaalde elementen waar we geen invloed op hebben. Als ik mijn logboeken bekijk betreft 1997 tot 2003 de periode dat veel van mijn penuurtjes aan het desbetreffende water werd besteed. Er ging geen week voorbij of ik was er wel te vinden, strakke voerschema’s werden toegepast weer of geen weer het deerde me niet. Ondertussen was ik bij mijn huidige werkgever beland en in de pauzes werd nog even naar pa gebeld, met de vraag of hij even langs één van m’n stekken wilde rijden om te kijken of ik last had van concurrentie. Al betwijfel ik of ik hem vandaag de dag nog zo gek krijg.<br />
Er vlogen seizoenen voorbij en heb er mooie vissen weten te verschalken met de pen en zo nu en dan met de steunen. En last van concurrentie had ik amper in die dagen, die hadden het veel te druk met uren draaien aan de lokale dressuur put.</p>
<p>Seizoen 2002 zou een bijzonder jaar worden, dit seizoen zou ik nog één keer alles uit de kast halen om me vervolgens te gaan richten op een ander water. Althans, ik zou me gaan focussen op twee periodes namelijk het voorjaar en najaar. Dit zijn de periodes dat het water in kwestie voor zwaarlijvige verassingen kan zorgen.<br />
Er ontbraken nog een tweetal vissen waar ik mijn zinnen op had gezet, een meter spiegel die ik meerdere malen zag zonnen voor de sluis en continue mijn korst weigerde. En dan zat er nog een bak van een schub die al eerder was gevangen door een oude vismaat.<br />
Begin maart was ik voorzichtig begonnen met voeren tussen twee sluizen en er werden een drietal stekken onderhouden. De stekken lagen verspreid over het hele traject om zo ook een idee te krijgen waar ze zich ophielden. De eerste stek ligt nabij de eerste stuw waar over het algemeen altijd wel wat vissen rond scharrelen. De tweede stek ligt halverwege het traject, en waar ik het meeste van verwacht als het gaat om er een dikke big te strikken. Zoals op vele wateren zwemmen de wat kleinere karpers gegroepeerd de stekken af en leeft de toplaag toch meer een solidair bestaan, vandaar dat ik een beer verwacht op de wat rustige stekken. Niet vissen voor de aantallen maar gericht op de toplaag, zei de rietpikker. De derde stek ligt stroomopwaarts bij de eerst volgende stuw.<br />
Eind maart en nog geen karper gezien, de watertemperatuur werkte nog niet mee en het wachten was op beter weer. Of had ik dan toch teveel gevoerd en de karper stil gelegd. Maar net op de valreep wist ik dan toch nog een serie twintigers te strikken, wat een beetje zon wel niet kan doen zo in het prille voorjaar.</p>
<p>Sessie in april<br />
Ik tel de dagen af naar het weekend die voor mij op vrijdag al begint, heerlijk zo’n vierdaagse werkweek. Vrijdagochtend ga ik pad, aangekomen bij het water hijs ik me in m’n waadpak, om op een eventuele op hol geslagen vis te kunnen anticiperen. De meeste vissen die ik hier haak gaan zonder aarzelen richting de twee palen aan de overkant, en om het nog lastiger te maken kunnen ze zelfs een ondiepe zijtak pakken.<br />
Ik wil niets aan de toeval overlaten en ben dus goed voorbereid, deze stek vraagt om een andere aanpak. Gewapend met een taaie glasstok een penn-molen met een verse 0,32mm nylon moet de klus gaan klaren. Ik wurm me door de struiken zoek m’n stekkie achter de overhangende braamstruik en het wachten kan beginnen. De sluizen staan open en er zit een stevige trek op het water, er is altijd veel activiteit te beleven als er stroming staat. De stek ligt een kleine meter uit de kant en heb door de korte lijnopslag perfecte controle over m’n pennetje. Net op het moment dat ik m’n knie wil strekken zakt het pennetje weg en ik kan net op tijd een ferme tik uit te halen, het beest gaat regelrecht op de palen af. Ik leg de hengel plat en steek de top te water, voor de paal komt de vis naar boven en slaat met zijn staart op het wateroppervlak. Ik voer de druk en weet het beest te kantelen en met een aantal slagen wordt de rest van de dril kort onder de kant uit gevochten. Dit is het moment waarop ik heb gewacht en nu de palen geen bedreiging meer zijn gaat de slip wat losser en loods ik niet veel later een lange massieve schub het net in. Een puntgave schub ligt op de mat zo heb ik ze graag, een krachtpatser puur sang.</p>
<p>Een lekker begin, wat heeft de ochtend nog meer in petto eerst maar een rokertje draaien en koffie. Ik bekijk m’n materiaal en naar een paar meter nylon te hebben vervangen leg ik m’n pennetje weer uit. De rust is wedergekeerd en het wachten is op een volgende bezoeker. Het is me meerdere malen overkomen dat de aanbeten op dit water kort op elkaar volgden. Vaak ging het dan om vissen van hetzelfde kaliber, in kleine groepjes werden de stekken afgestroopt op zoek naar een snelle hap.<br />
Er gaat een half uur voorbij en zonder dat ik er erg in heb sta ik met een kromme hengel, ik zag het pennetje niet weglopen maar reageerde omdat mijn hengel zowat uit m’n hand werd getrokken. Ik was in gevecht met een jutter van een bakbeest en ze had haar zinnen gezet op de verdomde zijtak en dat zou me een vis kosten. Dan maar het water in en zonder na te denken stap ik naast de bramenstruik in het water en achtervolg de vis tot aan de splitsing, met de hand op de spoel en wordt het buigen of barsten. De dril lijkt eeuwig te duren en minuten vliegen voorbij, haar krachten nemen af en het ziet ernaar uit dat ik het ga redden. Snel graai naar m’n net die tussen de bramenstruik ligt en met een vloeiende beweging sluis ik de vis in m’n net, en het is ze. Dit is een dergelijk moment dat alle puzzelstukken op zijn plaats vallen en ik krijg een warm gevoel. Een machtig volmaakt beest van ligt uitgeteld op m’n mat, snel wegen en de benodigde bewijzen worden vastgelegd. Niet veel later zoekt ze haar toekomen in het veilige water.</p>
<p>Dat me buiten dit hoogtepunt nog een verassing in stond te wachten was een feit, Karin mijn wederhelft stond op het punt te bevallen van onze dochter Jill en dat zou tot nog strakkere planningen leiden. Maar waar een wil is een weg en tussen de flesvoeding door vond ik toch nog een gaatje om de stekken te onderhouden.<br />
Begin oktober had ik dan eindelijk de mogelijkheid om er een ochtendje tussenuit te knijpen, en rond zeven uur stond ik bepakt aan de waterkant. Er stond een aangenaam zonnetje en het was herfst, een periode dat de natuur op haar best is met al haar kleurcontrasten.<br />
Vandaag staat m’n penhengel even in de hoek en liggen er twee taaie glasstokken op de steuntjes. Ik nipte net van m’n tweede bak koffie toen de top van mijn linkerhengel doorboog en ik graai de hengel van de steunen. Na een paar seconden sta ik met mijn rug tegen de brug en met de hengel krom tot in het kurken handvat, en aan de andere kant scheert een vis diep langs de palen. Daar sta ik dan geleund tegen de muur en ik heb nog geen meter lijn kunnen terug winnen.<br />
Aan de enorme kolk voor de palen te zien kon ik opmaken dat deze bak er weinig trek in had en ineens veranderde de van vis koers en denderde door de overhangende braamstruik. Op een gegeven moment dendert de vis voorbij in het heldere water en zag ik het nou goed, het zal toch niet….Wederom lag ze voor me op de mat ze was in topconditie en haar gewicht passeerde de magische grens, perfect getimed!!</p>
<p>Juni 2003<br />
De telefoon gaat het is Mischa, hey kerel ben je nog an het water geweest er ligt een grote dode schub en volgens mij…ik hang op en vlieg de deur uit aangekomen bij het water loop ik stroomafwaarts langs de oever. En dan wordt m’n angst werkelijkheid, het is ze verdomme. Hoe kan het, nog niet zo lang geleden had ik haar nog en ze was beeldschoon en oogde absoluut niet als een vis op haar retour. Niet veel later krijg ik te horen dat ze drie dagen voordat ik haar vond gevangen was door een collegavisser. Hoe de vis nou aan haar einde is gekomen laat ik maar in het midden, het geeft alleen maar weer eens aan dat we zuinig moeten zijn op onze karpers en ze met respect dienen te behandelen. Heb er nog een enkele keer gevist, ik kon het niet meer opbrengen, was er klaar mee er ontbrak iets…</p>
<p><img class="ngg-singlepic ngg-center" src="http://www.penvissen.nl/wp-content/gallery/zeelt/pv_karper015.jpg" alt="" /></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.penvissen.nl/?feed=rss2&amp;p=102</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De perfecte afwisseling</title>
		<link>http://www.penvissen.nl/?p=99</link>
		<comments>http://www.penvissen.nl/?p=99#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 21 Feb 2010 16:00:12 +0000</pubDate>
		<dc:creator>maurice</dc:creator>
				<category><![CDATA[Karper]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.penvissen.nl/?p=99</guid>
		<description><![CDATA[<p>De perfecte afwisseling</p>
<p>Gepubliceerd in Spiegel magazine 5, juni 2007</p>
<p>Na paar weken buffelen aan de rivier wordt het weer tijd om de accu te laden, ik ben afgemat en ben het gezeul met de volle bepakking zat. Ik trek er weer een paar dagen op uit met de pen, lekker simpel een kleine rugzak met wat [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De perfecte afwisseling</p>
<p><em><span style="color: #ffff00;">Gepubliceerd in Spiegel magazine 5, juni 2007</span></em></p>
<p>Na paar weken buffelen aan de rivier wordt het weer tijd om de accu te laden, ik ben afgemat en ben het gezeul met de volle bepakking zat. Ik trek er weer een paar dagen op uit met de pen, lekker simpel een kleine rugzak met wat voer m’n penhengel en schepnetje. Het watertje dat ik in gedachten heb ligt achter een zomerdijkje en als de rivier buiten haar oevers treedt wordt het watertje weer aangevuld met maagdelijke vissen. Hier geen gestuntel met ingewikkelde rigs en keen samengestelde ballen, gewoon wat blikjes zoete maïs en we kunnen vissen. Ik sta elke keer weer te kijken van de instant werking van deze kleine gouden korrels, hoe simpel kan het zijn hier geen kilo’s harde luchtgedroogde ballen.</p>
<p> <span id="more-99"></span></p>
<p>Als de wekker gaat schuif ik uit m’n bed en zoek ik m’n tenue bij elkaar. Na een half uur zit ik in de auto en ik haal  Martin op, zoals gewoonlijk staat hij al te popelen om erop uit te gaan met de pen. Als we het landweggetje afrijden zien we de zomerdijk al liggen, daarachter zoeken we ons goud. De dijk ligt er zoals verwacht verlaten bij rond deze tijd, zo nu en dan scheren er een paar verdwaalde ganzen voorbij. Op de dijk krijg ik het gevoel dat het vandaag wel eens kon gaan lukken, het bekende voorgevoel. Aangekomen bij het water wordt er amper gesproken en sluipen we langs de oever, het water staat bedroevend laag, bij de omgevallen boom staat nog geen meter water en dit betreft het diepste gedeelte van het water.</p>
<p>We kiezen beiden onze stekken en gaan onze weg, Martin zoekt zijn stek tegen de lelies op terwijl ik het struikje bevis. Ik strooi een paar handen zoete maïs en wacht geduldig af. Na een half uur is het al raak en Martin weet een leuke schub te strikken. Verder blijft het voorlopig rustig, en nadat de vis is teruggezet loop ik een paar stekken af om deze te voorzien van een paar handen korrels. We genieten nog wat na en als we over het water turen, passeert er een ijsvogel op nog geen meter afstand, dit is de natuur op haar best.</p>
<p>Als ik m’n boeltje bij elkaar pak om naar de volgende stek af te zakken blijft Martin achter in het bos. Met m’n polaroid tuur ik over het water op zoek naar leven en door het lage waterpeil duurt het niet lang voordat de eerste vis zich laat zien.</p>
<p>Een lange schub van een pondje of twintig glijdt voorbij, in de baan van de zwemroute strooi ik een handje korrels en wacht wat de vis zal doen. Heel even lijkt de vis geen interesse te tonen en passeert de korrels en met een flauwe bocht zakt de vis dan toch op mijn korrels en begint als een bezetene te schransen.   Voorzichtig werp ik m’n pennetje over de azende vis en trek het geheel tot waar het vreetfestijn zich afspeelt. Er gaan een paar minuten voorbij en het pennetje zakt weg en de haak wordt gezet, het slootje staat op zijn kop stukken leliebladeren vliegen in het rond. Dit alles heeft al met al nog geen tien minuten geduurd, je hebt van die dagen. Het ene moment is het enorm afzien en zijn we aan het zwoegen voor elke vis en soms gaat het wat makkelijker. Aan het eind van de ochtend hebben we ieders twee karpers kunnen landen en met een voldaan gevoel gaan we richting huis.</p>
<p>Een paar dagen later zoek ik het wat dichter bij huis, en breng een bezoekje aan één van de stadswateren in mijn woonplaats. Hier is de situatie natuurlijk wat anders en kan zoete maïs voor massa’s witvis zorgen in deze periode, en ook gaan er wat tijgernoten mee als het op de zoete maïs niet wilt lukken. Om in ieder geval wat selectiever te vissen schuif ik nu niet drie maar zes korrels over de haakpunt.</p>
<p>De tijgernoten worden als alternatief ingezet als het maïs laat afweten. Vooral aan wateren waar de karper fanatiek belaagd wordt, hebben ze praktisch alle denkbare aassoorten wel voorgeschoteld gekregen en is de juiste aaskeuze cruciaal. En heb ik zonder twijfel de beste resultaten geboekt op dezelfde aasjes waarmee we achter de steunen zitten.</p>
<p>Als we kijken naar de boilies vis ik met de pen wel met de kleinere maten (14mm). Je kunt zo perfecte stekken aanleggen die snel opvallen, meerdere vissen zal bereiken en je voert verhoudingsgewijs minder als je dit zou aanpakken met een grotere diameter. En daarnaast heb je het voordeel dat de meeste vissers met grotere boilies te werk gaan, en het gegeven dat je afwijkt van het gros kan nog wel eens voor verrassingen zorgen.</p>
<p>Wordt er met tijgernoten gevist dan zoek ik de grootste nootjes er tussen uit, waarna deze even gekraakt worden en de stukjes op een fijne hairtje worden aangeboden. Ook weer een simpele afwijking die zeer doeltreffend kan zijn vooral op de wat lastige wateren. Dat kraken gaat gewoon met de tanden, de smaak heeft wel iets weg van tamme kastanjes dus als je wat te knabbelen wilt hebben aan de waterkant en al het slijm nemen we dan maar voor lief!!!  <br />
Aan de oever tref ik een lokale penvisser van de oude garde, er wordt een praatje gemaakt en de laatste vangsten worden besproken. Zo kan het ook, geen geheimzinnig gedraai gewoon twee rietpikkers met dezelfde passie. Hij is een tijdje uit de omloop geweest maar heeft het pennen weer fanatiek opgepakt, hij vist nog steeds met hetzelfde materiaal waarmee ik hem dik vijftien jaar geleden ook al mee zag. Een oude penhengel die wel een lakbehandeling kan gebruiken een penn molen en de klassieke balcombe net, prachtig vind ik dat. Hij laat zich niet lijden door de veranderingen binnen de hedendaagse karpervisserij, een penvisser in hart en nieren. Ik kan me de vrijdagavonden nog goed herinneren dat ik onderweg naar de kroeg altijd even bij hem paar sigaretten rookte als hij weer op zijn stekkie zat aan de Vispoort. Zijn silhouet tussen de rietkraag was een vast gegeven aan het water. Als we elkaars telefoonnummer hebben uitgewisseld spreken we wederom af er een keer samen op uit te trekken, iets wat we destijds ook al deden maar waar nooit van gekomen was.</p>
<p>Ik volg m’n weg langs de oever en beland bij de overhangende struik tegenover mijn ouderlijk huis. Het begint al schermer te worden en besef dat ik al twee uur aan het water ben maar nog geen pennetje heb laten zakken, ik zat weer eens lekker op de praatstoel. De rest van de avond zit ik bij de struik en weet ik een zeelt en een kapitale graskarper te vangen en ach, het is wel goed zo.</p>
<p>De balans wordt opgemaakt en heb naar een paar struintochten vijf vissen kunnen verschalken. Mooie schubs tot een pondje of 23,  en ik kan er voorlopig weer tegenaan en de voorbereidingen worden getroffen voor het ploegen aan de rivier. De spullen worden bij elkaar gezocht en er gaat een belletje naar Ray, en zoals altijd heeft hij de ballen weer vers gedraaid wat een service.</p>
<p>Een werkweek is voorbij en ik kan weer uitrukken, als de hengels zijn uitgelegd passeert er een vrachtschip en de hengeltoppen buigen zachtjes door. Een vast ritueel volgt eerst een verse bak koffie en ik rol een shagje. Zal de rivier weer één van haar verassingen prijsgeven, de projectspiegels doen het goed en sommige zijn inmiddels uitgegroeid tot mooie twintigers.</p>
<p>Een paar dagen geleden had ik de penstok nog in de handen en struinde ik langs de rietkragen, en zo zitten we weer achter de steunen, de perfecte afwisseling. Voordat ik m’n stretcher op zoek krijg ik een berichtje van m’n vismaat,  met de vraag wanneer we weer gaan. En achter de steunen worden al weer de volgende plannen gesmeed voor nieuwe struintochten.</p>
<p><img class="ngg-singlepic ngg-left" src="http://www.penvissen.nl/wp-content/gallery/penvissen/pv_dsc_0026_edited-1_0.jpg" alt="" /></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.penvissen.nl/?feed=rss2&amp;p=99</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De pen in de winter</title>
		<link>http://www.penvissen.nl/?p=95</link>
		<comments>http://www.penvissen.nl/?p=95#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 21 Feb 2010 15:51:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>maurice</dc:creator>
				<category><![CDATA[Karper]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.penvissen.nl/?p=95</guid>
		<description><![CDATA[<p>De pen in de winter</p>
<p>Gepubliceerd in Spiegel magazine 3, februari 2007</p>
<p>Eind november zit ik weer bij de brug, op zoek naar wat leven onder het wateroppervlak. Rond een uurtje of tien heb ik hier mijn pennetje laten zakken en vandaag kon het wel eens wat worden. Er jaagt wat baars en bij aankomst schiet er [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De pen in de winter</p>
<p><em><span style="color: #ffff00;">Gepubliceerd in Spiegel magazine 3, februari 2007</span></em></p>
<p>Eind november zit ik weer bij de brug, op zoek naar wat leven onder het wateroppervlak. Rond een uurtje of tien heb ik hier mijn pennetje laten zakken en vandaag kon het wel eens wat worden. Er jaagt wat baars en bij aankomst schiet er een snoekje onder de kant weg. Deze stek vraag om precisie en concentratie, lig ik een halve meter naar links dan kan ik wachten totdat ik een ons weeg en met de omliggende obstakel is dagdromen fataal. Ik zoek ze onder de lage brug en dat heeft me in het verleden de nodige pennetjes gekost, maar vanochtend zit het mee en met een gevoelige swing weet ik mijn pennetje onder de brug te plaatsen.</p>
<p><span id="more-95"></span></p>
<p><img class="ngg-singlepic ngg-center" src="http://www.penvissen.nl/wp-content/gallery/zeelt/pv_f1020002.jpg" alt="" /></p>
<p>De afgelopen dagen heb ik de brug van wat pellets voorzien om de vis bezig te houden. Mijn haakaas is simpel, een deegje van gemalen trouvit korrels waar ik een paar worsten van heb gedraaid. Na deze twee minuten gekookt te hebben worden ze in kleine stukjes gesneden en krijgen ze bijna dezelfde vorm als de pellets, een soepele hair op de haak zorgt voor een optimale aanbieding.<br />
Na tien minuten krijg ik zowaar een korte aanbeet maar net voordat ik wil aanslaan komt het pennetje alweer boven. De eeuwige twijfel komt weer naar boven, heb ik de afgelopen dagen alleen maar de brasems gespekt. Ik verman mezelf en met de molen op m’n schoot vliegen er minuten voorbij en er gebeurt niets, het zal toch niet dat ik mijn enige kans voor vandaag heb verkloot.<br />
Een echtpaar loopt op de brug, waarschijnlijk op pad voor de laatste sinterklaasinkopen en ik hoop dat ze me niet zien, maar helaas. Ze kijken naar me schudden hun hoofd en lachen een beetje. Ik zie er ook wel een beetje lachwekkend uit in die oude poolpak van me schoonpa, maar koud heb ik het in ieder geval niet.<br />
Een kwartier later krijg ik wederom een korte tik en het pennetje begint traag te lopen, met een ferme tik zet ik de haak en de taaie glasstok springt in een curve, yes!! Een paar spannende minuten gaan voorbij waar ik toch even flink aan de bak moet, aangezien het zware beest aan de andere kant niet meewerkt. De vluchtpogingen richting de brugdragers weet ik te blokken en dat kost de vis veel kracht, eenmaal als ik de vis onder de brug vandaan heb kan de slip wat losser en land ik niet veel later een super strakke schub. Ik bekijk de aantekeningen in mijn logboek november 1998 en voor de statistieken 97 centimeter en 31,5 pond.</p>
<p>De bovenstaande episode staat in mijn geheugen gegrift en houd mij tijdens de koude uurtjes aan de waterkant gefocust. Alleen de voldoening al om een ijskoude klomp te mogen aanschouwen geeft me een warm gevoel, niet dat het altijd prijs is dat zeker niet. Het komt nu echt aan op doorzettingsvermogen, voor de een betekent dit langdurig op een bepaalde stek voorvoeren en voor de ander is het de vis zoeken plekjes aanleggen en deze beurtelings afvissen. De ene winter voer ik langdurig twee stekken aan en een volgend seizoen zijn het praktisch instant sessies, het is ook een beetje je gevoel laten spreken. Staar je niet blind op beschreven wetten en regels, zo zat ik twee winters terug met een vismaat te pennen aan een stadsgracht in een diepe hoek in de luwte en dacht daar wat actie te beleven. Een uur of wat verder zonder enige teken van leven dan toch maar verkast en het pennetje laten zakken op een stek met een gemene oostenwind op de kop. Het resultaat een pracht spiegel voor me maat en ik was voor even brasemkoning.</p>
<p>In de koude maanden zul je mij vooral op vertrouwde grond tegenkomen, en blijf ik wat langer op een bepaalde stek hangen. Het zijn stekken waar ik meestal wel een scharrelaar kan verwachten, althans dat hoop ik. Stekken waar je in de warmere maanden praktisch kansloos bent, maak je in deze periode nu een aardige kans. Een groot voordeel van deze koude periode (november tot en met maart) is dat het een stuk rustiger aan de waterkant is, geen pottenkijkers heerlijk. Zelfs de druk beviste watertjes in mijn omgeving liggen er verlaten bij, normaliter zul je mij hier niet zien maar in de wintermaanden wil ik er nog wel eens de kantjes afstruinen.</p>
<p>Met een licht penhengeltje in combinatie met een zachte nylon ben je de meeste karpers wel de baas. Maar ik schroom zeker niet een zware penstok te gebruiken met een 0,30mm nylon als er tegen obstakels gevist wordt, de vis kan nu wel wat makker zijn maar in deze periode telt een verspeelde vis voor twee. Naast een nylon hoofdlijn is een gevlochten hoofdlijn ook een optie, zelf heb ik me voor het penwerk altijd weten te redden met nylon. Als ik terug denk aan de vangsten met gevlochten lijn tijdens het steunenwerk gaat het er allemaal wat ruiger aan toe, en met die wetenschap vind ik het net iets te link deze te gebruiken tijdens het korte peuterwerk tussen de obstakels.</p>
<p>Een belangrijk onderdeel om deze koude periode door te komen is goeie set warme kleding en fatsoenlijk schoeisel. Ik heb me er in het verleden nog wel eens op verkeken, zodat ik halverwege de middag noodgedwongen moest stoppen vanwege bevroren vingers en ijskoude voeten. De laarzen waar ik een goede ervaring mee heb zijn die van het merk Aigle, Deze looplaars heeft een neopreen voering, en met een paar wollen sokken kom ik de dag wel door. Verder draag ik in deze periode altijd thermo ondergoed, een wollen/ fleece trui met hoge kraag. De buitenste laag stem ik af op het weertype van de visdag, hebben we te maken met regen of sneeuw dan pak ik een waterdichte vis broek/jas. Zijn de omstandigheden wat milder dan volstaat een parka (leger)jas perfect. Een wollen muts en handschoenen zonder vingers zijn eveneens onmisbaar. Zorg in ieder geval dat je kleding licht is en niet te strak zit aangezien je tijdens het pennen nog wel eens meerdere stekken op een dag afloopt. Een kleine visstoel met verstelbare poten is eveneens een uitkomst en zorgt voor een droog zitvlak. Deze zaken zorgen er in ieder geval voor dat ik wat prettiger aan de waterkant zit als ik op zoek ben naar die ene koude scharrelaar.</p>
<p>Winters zat ik bij de brug en ik had met regelmaat prijs, zo nu en dan dubbelde ik een vis en dacht de ultieme hotspot te hebben gevonden. Het waren seizoenen dat ik snakte naar de kou, om zo toch een mager seizoen een sprankelende draai te geven ik was op zoek naar ego-strelers. En prompt lagen ze er niet meer, wat ik ook deed ik kreeg ze niet meer te pakken. De trukendoos werd tevoorschijn gehaald, maar het mocht niet baten ik was ze kwijt. Terwijl deze stek in mijn optiek alle facetten had om de karpers de winter door te helpen zoals beschutting, diepte en rust. Toch blijf ik de brug geregeld van wat voer voorzien en ga op zoek naar een tweede nieuwe stek. Ik kom langs een stek die verscholen ligt tussen struiken en overhangende takken.<br />
Hier zou je toch wat kunnen verwachten, iets wat me minder zint is de diepte er staat amper 50 cm water. Enigszins met wat gemengde gevoelens laat ik toch wat handjes voer zakken. En na twee voerbeurten moet het dan maar gebeuren, ik begin bij de brug en na een uurtje zonder een stootje gezien te hebben stap ik op de fiets om de tweede stek een kans te geven. Ik schuif de penstok in elkaar en kruip door het kreupelhout naar de ondiepe stek, ik plaats het pennetje op nog geen meter uit de kant en het wachten kan beginnen. Zag ik dat nou goed en was dat een tik op m’n pennetje of slaan mijn gedachten op hol, de dobber is weg en ik zet de haak. De vis is vrij mak, een vluchtpoging die ik makkelijk kan ombuigen in mijn voordeel en verder wat gedraai onder de hengeltop van die oude Richard Walker en ik schuif de vis boven het net. Een prachtige ijskoude schub ligt in het net en dat op nog geen 50cm water.<br />
Een nieuwe winterstek was gevonden en meerdere vissen gaven zich gewonnen.<br />
Het geeft in ieder geval aan dat je moet blijven zoeken om succesvol te zijn, en rekening dient te houden met het trekgedrag van de vissen ondanks de barre omstandigheden.</p>
<p>Al met al is het zeker de moeite waard om in deze koude maanden een hengeltje te laten zakken en misschien trek je wel een winterverassing in het net.<br />
Of zit je liever thuis voor de kachel.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.penvissen.nl/?feed=rss2&amp;p=95</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De pen bij de kladden&#8230;&#8230;.</title>
		<link>http://www.penvissen.nl/?p=86</link>
		<comments>http://www.penvissen.nl/?p=86#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 21 Feb 2010 15:37:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>maurice</dc:creator>
				<category><![CDATA[Karper]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.penvissen.nl/?p=86</guid>
		<description><![CDATA[<p>De pen bij de kladden&#8230;..</p>
<p>Gepubliceerd in Spiegel magazine 2, december 2006</p>
<p>Tegenwoordig kun je voor een niet al te flinke duit aan een goede penset te komen, en kun je met beperkte middelen onze vriend karper belagen. Zolang alles maar in balans is moet je het eerder bij jezelf zoeken als het weer eens niet meezit [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De pen bij de kladden&#8230;..</p>
<p><em><span style="color: #ffff00;">Gepubliceerd in Spiegel magazine 2, december 2006</span></em></p>
<p>Tegenwoordig kun je voor een niet al te flinke duit aan een goede penset te komen, en kun je met beperkte middelen onze vriend karper belagen. Zolang alles maar in balans is moet je het eerder bij jezelf zoeken als het weer eens niet meezit dan je hengel een gooi geven als je net die ene beer hebt verspeeld. Van het voorjaar is het mij nog overkomen dat ik de verkeerde afweging maakte en daardoor als verliezer uit de strijd kwam, had ik maar&#8230;Uiteindelijk gaat het toch om degene achter de hengel. </p>
<p><span id="more-86"></span></p>
<p><img class="ngg-singlepic ngg-left" src="http://www.penvissen.nl/wp-content/gallery/zeelt/pv_dscf0013.jpg" alt="" /></p>
<p>Ik heb mijn penmateriaal door de jaren heen uitgebreid en ben nu op een punt beland dat ik eigenlijk in elke situatie wel uit de voeten kan en mijn materiaal daarop kan aanpassen. Een light (1lb) / medium (1,5lb) / heavy (2lb) zijn de klasse hengels waar ik het dan over heb. Ben je meer op zoek naar een allround hengel dan zou ik zeker voor de medium hengel gaan en deze dan in een lengte van 3,60mtr of 3,90mtr nemen, met deze lengtes ben je de rietkragen de baas en kun je met een licht lijntje uit de voeten, mocht je toch wat meer obstakels in je nabijheid hebben dan heb je nog redelijk wat in te brengen. Zelf heb ik een tijdje een penhengel van 4,20mtr gehad maar binnen mijn penvisserij kon deze lengte me niet bekoren. Vooral tijdens het sluipwerk tussen bomen en het landen van de vis vond ik deze lengte eerder een nadeel. Degene die mijn vorige artikel hebben gelezen weten dat ik als het om penmateriaal gaat een voorstander ben van klassiek gerei, zoals de glashengels van Jan Schreiner tot aan de korte Hardy juweeltjes. Om nu een hele discussie los te weken wat nou de ideale penhengel is, beperk ik me tot mijn persoonlijke voorkeur glashengels uiteraard. Vergeleken bij de slanke penhengels die je veel tegenkomt in de hengelsportzaken zien die glashengels er maar grof uit maar ik red me er prima mee. En wie ben ik als jij de ene prachtkarper na de andere vangt op een moderne afstandsstok. Nogmaals het gaat om de persoon &#8230;<br />
Ok, die ouwe taaie glasstok van Jan Schreiner weegt wat maar ik zou ‘m voor geen goud van de hand doen, het is een hengel waar ik blindelings op vertrouw.  <br />
Is mijn ruimte beperkt en dan grijp ik naar de Richard Walker I of II voor het sleurwerk, deze klassieker met z’n 3,05mtr komt perfect tot z’n recht als je onder bruggen of bomen vist. Helaas worden deze hardy’s niet meer gemaakt, maar af en toe worden ze nog wel aangeboden via Marktplaats. Sta je op het punt een penhengel aan te schaffen zorg er dan wel voor dat deze niet te stug is, en over de gehele lengte een geleidelijke zachte buiging heeft. Je vist immers onder de kant en zo’n strakke stok kon nog wel eens voor lossers gaan zorgen als je de vis op korte afstand drilt.</p>
<p>Als ik kijk naar de molens die ik voor het penwerk gebruik, staat er voor mij een molen op de eerste plaats en dat is de penn 450 SS. Deze molen heeft alles wat ik zoek binnen mijn visserij, niet teveel poespas, een metalen spoel, ligt lekker in de hand en uiteraard een fijne slip. Daarnaast gebruik ik voor het lichte werk en als er geen obstakels in de nabijheid zijn een abu cardinal 33 of een centrepin. Vooral met de centrepin is het een spektakel een karper te drillen, het komt nu echt op de kunde van de visser aan een slip heb je immers niet, wil je de vis blokken dan dien je je duim tegen het wiel aan te drukken. Ik kan me de ochtend nog goed herinneren toen ik mijn eerste karper aan het drillen was met het wiel, al snel had ik wat collega vissers om heen staan die op het vreemde geratel van de centrepin afkwamen. Maar om terug te komen bij de molen dient het in ieder geval een perfecte slip te hebben en dan zul je in praktisch alle situaties uit de voeten kunnen. Al moet ik zeggen dat het huidige aanbod gigantisch is en er degelijke molens op de markt verkrijgbaar zijn, ik houd het toch maar bij deze oudjes er zijn immers al genoeg zaken waarover je kunt dubben. Denk eens aan de lijnen die we gebruiken, ook hier is het aanbod weer mega. Ik heb dan ook diverse nylonlijnen geprobeerd, Maxima, Suffix, Berkely Biggame, Berkely Tournament, Soft Steel van Fox,  Kryston. Deze lijnen heb ik gebruikt van 0,20mm tot 0,35mm en voldoen de meeste lijnen wel, maar zijn er momenteel 2 lijnen die er voor mij uitspringen en wel de Kryston 0,25mm en de Fox Soft Steel Camo 0,30mm. De Kryston lijn is met een fluorcarbon laagje die in het water lastig te traceren is. De Soft Steel Camo heeft om de paar centimeters een andere kleur waardoor deze lijn ook lastig onderwater te traceren is. Deze lijnen zijn ook tamelijk zacht en hebben wat rek, eigenschappen die ik wel kan waarderen voor het korte peuterwerk. Gevlochten lijnen gebruik ik niet althans niet voor het pennen, voor het steunenwerk aan de rivier vis ik alleen nog maar met gevlochten lijnen maar dat is een ander verhaal.</p>
<p>Aangezien mijn meeste stekken toch redelijk obstakelrijk zijn vis ik veel met lijndiktes varierend van 0,25mm – 0,32mm en heb ik mezelf vaak afgevraagd of ik met deze toch wel grove aanpak de karper voor de gek kon houden. Zo ben ik al vrij vlot gebruik gaan maken van gevlochten onderlijn materiaal, ligt mijn hoofdlijn boven 0,25mm dan zal ik altijd een gevlochten onderlijn gebruiken. Je bent dan toch in staat een natuurlijke aanbieding te creeren en met klein aas te vissen en dat is voor mij een belangrijke met kleine aasjes te werk gaan. Die onderlijnen zien er simpel uit een haakje varierend van mt4 tot en met mt10, met of zonder hair afhankelijk van het aas en de omstandigheden. De onderlijn bevestig ik middels een klein ringetje (je kent ze wel die we gebruiken voor al onze complexe anti-eject rigs, ja ja ik ook!!) aan de hoofdlijn.</p>
<p>En welke haken zijn dat dan, nou eigenlijk dezelfde haken die we binnen het steunenwerk ook gebruiken, om een paar haken te noemen die bij mij hoog in het vaandel staan zijn: ESP Raptor T6, Drennan Continental Boilie Hook en de Ashima 420 en 887. Daarnaast heb ik nog een paar zakjes bledhaken liggen, dit zijn eveneens de grootste haken die ik gebruik voor als er met een zachte aardappel gevist wordt.  Maar vooral de kleinere maten worden de laatste jaren veelvuldig door mij ingezet, ik ben nu in staat om met weinig poespas een luchtige aanbieding te creeren. Nee, niet meer creatief met kurk de zwaar gesmede haak compenseren die tijd is echt voorbij. Vooral de wateren die ik bevis hebben niet zo’n strakke gelikte bodem, het is meestal vissen tussen de drab en vuil en behaal ik betere resultaten als m’n aasje licht op de bodem rust. Nu het gebruik van steeds kleinere haken bij de meeste onder ons wel is doorgedrongen valt het soms niet mee dat gemene stukje metaal met de vingers los te wippen uit de karperbek. Immers zo’n kleine haak is gauw gevuld toch!! en ik ben meerdere malen getuige geweest dat men het haakje pas onder hoge druk kon lossen en als resultaat een onnodig grotere haakwond veroorzaakte. In zowel mijn pentas als grote rugzak heb ik standaard een onthaaktang en wip ik zonder problemen de haak uit de karperbek.</p>
<p>Een onderwerp waar alles al over geschreven of gezegd is aas, en kijkend naar mijn statische visserij zullen boilies mijn eerste keuze zijn. Het voordeel wat je echter met het penvissen wel hebt is dat je zelfs de kleinste aasjes kunt inzetten, voeren is geen probleem aangezien het hele avontuur onder de eigen kant plaatsvindt. Elk aasje heeft wel onder m’n pennetje gestaan, van de ouwe klassiekers zoals zoete mais, aardappel, zachte kattenbrokken, deegjes, vlokjes brood, piertjes, maden, casters maar ook de bekende boilies, tijgernooten, pellets, hazelnoten enz. Ik heb zeker niet alle aasjes genoemd en je staat er versteld van waarmee we onze karper mee kunnen verleiden. Waar je wel rekening mee moet houden is dat we er zeker niet alleen karper mee vangen, regelmatig loopt er ook wel een brasem of zeelt tussendoor, met de pen vind ik het geen probleem het houd me scherp. Ben je van plan de penstekken aan te voeren dan is het wel degelijk van belang hier rekening mee te houden. De meeste wateren die ik bevis hebben meestal een aardige bezetting aan witvis, dus een voercampagne met een mix van zoete mais, hennep en wat casters laat ik wel uit m’n hoofd in de zomer of najaar. Je dient met meerdere factoren rekening te houden als je met een bepaald aasje aan de gang wilt gaan. De hierboven beschreven mix durf ik zeker wel in de koudere periode in te zetten, de witvis is dan wat passiever en zullen de ongenodigde gasten zich niet zo vaak laten zien.</p>
<p>Ik zit er zeker niet op te wachten als ik op mijn voorgevoerde stekjes de ene brasem na de andere op de kant trekt, het gaat altijd nog om de karper. En middels dat voorvoeren probeer ik toch zoveel mogelijk karpers te bereiken en ze met regelmaat te confronteren met mijn aas. Je kunt dan domweg een water vol dumpen met voer en denken dat je daarmee een water volledig naar je hand zet maar dat is mijn ogen een te simpele gedachte. Als ik een nieuw water aanpak zijn de volgende punten die ik voor mezelf helder probeer te krijgen:</p>
<p>-          bodemverloop</p>
<p>-          bezetting</p>
<p>-          trekroute</p>
<p>-          hotspots</p>
<p>-          geschiedenis van het water</p>
<p>-          concurrentie ‘collega karpervissers’</p>
<p>Zodra deze punten zijn bepaald ga ik pas nadenken over hoe en waarmee ik het water ga bevoeren, niet dat op basis van de genoemde punten je verzekert bent van dikke beren in het net maar het begin is er. Een voordeel met het pennen heb je wel gezien het feit dat je mobiel bent. Nu ben je in staat meerdere stekken te kunnen aanvoeren en ze beurtelings af te vissen (ofwel ‘afromen’ of een term van de laatste jaren ‘hit&amp;run). Een tactiek die voor vele penvissers onder ons niet weg te denken is, en in mijn optiek een manier om een ‘nieuw’ water snel te kunnen doorgronden. Mits je hier met een beetje verstand mee omgaat kunnen stekken lang productief blijven. En schroom zeker niet hiermee te varieren, een compacte voerstekje en een volgend stekje juist verspreid aangevoerd. Een meter of wat naast de voerstek vissen kan nog steeds voor verassingen zorgen, zelfs op de druk beviste wateren. In mijn omgeving zie ik nog steeds de meeste karpervissers vrij eenzijdig een stek bevissen of het nou met de pen of steunen is, de hengel is ingegooid en er wordt een handje voer op geschoten en het wachten kan beginnen. Nee, toen ik overstag ging en mijn karperwereld verrijkte met de steunen visserij heb ik getracht m’n penwerk te vertalen naar zingende delkims.</p>
<p>Al moet ik wel bekennen dat het enorm wennen was de overstap te maken, alleen al het gezeul met tent, stretcher, foedraal en een 60ltr rugzak. De inspanning om alles in een keer naar de waterkant te krijgen vergde nogal het nodige zweet, maar ook ik ben tegenwoordig van alle gemakken voorzien.</p>
<p>Terugkomend bij het pennen gaat mijn voorkeur uit naar de schuifpen bevestiging, je kunt deze door middel van een kleine speltwartel over de hoofdlijn laten schuiven of gewoon door het oogje onderaan de pen en middels een garenstopper op de hoofdlijn op gewenste diepte brengen. Een voordeel ten opzichte van een vaste dobber bevestiging vind ik dat je met de schuifmontage zelfs onder bomen, bruggen of diepe stekken goed uit de voeten kunt. Bij de schuivende afstelling rust het pennetje op het eerste loodje op de hoofdlijn en is het een koud kunstje je pennetje onder een brug te plaatsen. Met een vaste dobber vind ik het vrij lastig aangezien er veel lijn kan zitten tussen het pennetje en haakaas, afhankelijk van de diepte uiteraard.  </p>
<p>Van de 3 basis uitlodingen die we kennen de staande / de half liggende en de liggende haak. Ik zal niet ontkennen dat je met de staande haak de beste beetregistratie hebt, maar toch gaat mijn voorkeur uit naar de half liggende haak als de omstandigheden het toelaten. Met deze uitloding loopt de hoofdlijn of onderlijn weg van het aas en daarmee voorkom je lijnzwemmers, en aangezien het laatste loodje naar de haak niet op de bodem rust zal elk gerommel aan het haakaas te waarnemen zijn via je pennetje en heb je genoeg tijd hierop te anticiperen. Een praktijk voorbeeld: Zo beland ik zo nu en dan aan een penwatertje bij mij in de buurt en door de jaren heen zijn de vissen ook hier wijzer geworden. Zodra de eerste vissen zich op mijn voerplek melden inspecteren ze eerst de stek door middel van op half water vanuit verschillende hoeken de stek te benaderen, heb ik mijn laatste loodje te dicht op de haak dan is het feest gauw voorbij. En als de karper de lijn voelt is een grote boeggolf het resultaat. Plaats ik nu het laatste loodje op een meter of zelfs meer dan weet ik ze toch vaak te strikken. Maar ook met het uitloden kun je eindeloos varieren, al probeer ik wel zo min mogelijk lood te gebruiken liever een AA dan drie BB loodjes.</p>
<p>Zit ik op stromend water dan gebruik ik de liggende haak,  doordat het laatste loodje naar de haak nu wel op de bodem rust zal het haakaas beter op de bodem blijven liggen. Met de half liggende haak zou je onder deze omstandigheden zien dat het hele handeltje zich constant strekt en mijn haakaas te veel beweegt.</p>
<p>De pennen die ik tijdens de struintochten in mijn pentas heb varieren nogal van kleine pennetjes tot pennen van een goeie 14 cm. Wat deze pennen gemeen hebben is het drijflichaam, deze is hoog geplaatst. Door de jaren heen bevallen deze dobbers mij het best en staan ze hun mannetje als er een stevige kabbel op het water staat. Deze dobbers zijn praktisch in elke hengelsportzaak te krijgen en aangezien deze pronkstukjes bij mij nog wel eens sneuvelen zorg ik er altijd voor dat ik ze ruim op voorraad heb. Pauw- pennen kun je zeker ook gebruiken maar persoonlijk ben ik toch van mening dat je dan teveel weerstand krijgt, nee dan denk ik toch dat je met een pennetje met een slanke antenne een fijnere presentatie krijgt.</p>
<p>Voordat ik deze episode ga afsluiten en verder ga met mijn zoektocht naar een koude rivierkarper blijkt weer dat we praktisch over elk onderdeel binnen onze hobby kunnen  blijven debatteren. Maar een ding staat centraal blijf genieten, voor de een betekent dit op jacht naar een bepaalde topper van een water en voor de ander is het gewoon vis vangen.</p>
<p>Die beer die ik in het voorjaar verspeelde komt zowaar weer in mijn gedachte, ik denk dat ik het weekend maar wat voerplekjes ga uitzetten en wie weet pen ik d’r voor even&#8230;.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.penvissen.nl/?feed=rss2&amp;p=86</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
